Het mogelijk
om de Toller te testen op dragerschap van het SOD1 mutatie gen, dit kan via een DNA
test. De DNA test kan worden aangevraagd o.a. via
Dr.
Van Haeringen Laboratorium bv Nederland.
Mocht u vragen
hebben of meer informatie over het aanvragen van de SOD1 mutatie test kunt u een email
sturen naar
info@tollertales.nl
|
Degeneratieve Myelopathie
Degeneratieve Myelopathie is een fatale progressieve neurologische aandoening
van het ruggenmerg bij honden, vergelijkbaar met multiple sclerose bij mensen.
Honden met Degeneratieve Myelopathie beginnen meetal tekenen van de ziekte te
vertonen rond de 7-8 jaar, maar sommige vertonen pas symptomen als ze veel ouder
zijn rond 15 jaar oud. Vanaf de eerste tekenen tot het einde verloopt meestal 6
tot 18 maanden.
Symptomen
Degeneratieve Myelopathie begint met zwakte en coördinatieverlies in de
achterste ledematen.
Eerst één poot en later de andere poot. De hond gaat slepen en waggelen met de
achterpoten en struikelen. De nagels slijten en beschadiging van de poot kunnen
volgen, waarna mogelijk infecties kunnen optreden. Later, als de verlamming
verergert, valt de hond om, vooral op een gladde ondergrond. Lopen wordt steeds
moeilijker. Een hond in goede conditie kan echter nog wel rennen (zolang de
tweede poot nog bruikbaar is). Incontinentie betekent meestal dat het einde
nabij is. Uiteindelijk worden de vitale organen aangetast. Het verloop van de
ziekte is afhankelijk van de fysieke conditie en omgevingsfactoren.
Oorzaak
In het ruggenmerg lopen de zenuwbanen welke de spieren aansturen. Deze zenuwen
liggen in bundels gegroepeerd in de zogenoemde "witte stof". Deze witte stof
wordt aangetast, de isolatie (myeline) van de zenuwen verdwijnt en de zenuwen
sterven af, waardoor de aansturing van de spieren steeds minder wordt.
Diagnose
De diagnose gebeurd door middel van eliminatie. Er kunnen meerdere oorzaken zijn
voor de uiterlijke kentekenen van Degeneratieve Myelopathie, zoals onder andere
Hernia, Spondylose, Tumor, Cyste, infecties of hartaanval. Er kan een EMG,
CT-scan en/of MRI-scan worden gemaakt. Geeft dit geen resultaat, dan wordt de
diagnose Degeneratieve Myelopathie gesteld. De definitieve diagnose is slechts
mogelijk door middel van een autopsie.
Behandeling
Er bestaat geen behandeling welke Degeneratieve Myelopathie tot staan brengt.
Echter, soms is het mogelijk de ziekte te vertragen. De verschillende
behandelingen welke op het Internet worden aanbevolen zijn zonder
wetenschappelijk gemeten resultaat. Training bevordert de spieropbouw van de nog
bruikbare spieren, waardoor de hond langer mobiel blijft. Aanbevolen training
is, bijvoorbeeld wandelen (niet slenteren) en zwemmen.
Uiteindelijk laat de levenskwaliteit van de hond te wensen over en rest niets
anders dan euthanasie.
Welke rassen zijn bekend met de aandoening
Degeneratieve Myelopathie was tot voor kort geen aandoening die met de Toller
werd geassocieerd. De aandoening werd in 1973 voor het eerst ontdekt en
omschreven bij de Duitse Herder en wordt ook gezien bij de Boxer, de Chesapeake
Bay Retriever, de Welsh Corgi Pembroke, Saarloos Wolfhonden en de Rhodesian
Ridgeback. Tegenwoordig is een genetische risicofactor voor het ontwikkelen van
Degeneratieve Myelopathie bij veel meer rassen aangetoond. Waaronder ook rassen
die mogelijk de basis hebben gevormd van de Toller. Collie, Labrador Retriever,
Ierse Setter.
Sinds eind 2009 is deze genetische risicofactor ook aangetoond bij de Toller in
combinatie met klinische klachten.
Degeneratieve Myelopathie DNA-Test
Bij Degeneratieve Myelopathie is er een herkenbaar ziekteproces dat bestudeerd
kan worden en in post-mortem monsters werd dit op de juiste manier in verband
gebracht met de genetische marker.
In 2007 verscheen een onderzoeksrapport waarin de erfelijke informatie voor
Degeneratieve Myelopathie duidelijk werd omschreven. Uit een nadere studie bleek
dat veranderingen in het
*SOD1 gen geassocieerd konden worden met Degeneratieve Myelopathie.
Dit komt ook voor bij de ziekte ALS bij mensen. Uit verzameld en onderzocht
menselijk en dierlijk weefsel, blijkt dat Degeneratieve Myelopathie de dierlijke
vorm van ALS is.
De genetische marker *SOD1 vormt een belangrijk risicofactor voor het
ontwikkelen van Degeneratieve Myelopathie en werd ontdekt in meerdere
hondenrassen het is geïdentificeerd als autosomaal recessief en wordt omschreven
met A/A: loopt risico, A/N: drager en N/N: normaal.
Andere gerelateerde of naast elkaar bestaande genetische markers, die het begin
van de ziekte kunnen beïnvloeden, heeft men nog niet kunnen vinden, maar er
wordt in diverse laboratoria nog steeds onderzoek naar gedaan. Dit verandert
echter niets aan de nauwkeurigheid van de bekende genetische marker en zijn link
naar de menselijke marker voor ALS.
Mogelijke ziekteprocessen die van invloed kunnen zijn op het begin van
Degeneratieve Myelopathie kunnen onder andere auto-immuun problemen zijn,
waarvan bekend is dat ze invloed hebben op de vitamineopname en de
zenuwfuncties, zoals aandoeningen van de Pancreas, ziekte van Addison, ziekte
van Cushing en Hypothyreoïdie. Men werkt nog altijd aan de identificatie van
genetische markers voor deze aandoeningen. Er moet dus nog meer gedaan worden om
te onderzoeken of deze markers een rol spelen bij het begin van de klinische
verschijnselen van Degeneratieve Myelopathie.
Via de Amerikaanse OFA (Orthopedic Foundation for Animals) kwam er in mei 2008
voor alle rassen een DNA-test voor deze genetische marker beschikbaar. De test
wordt tegenwoordig ook door andere laboratoria in Europa aangeboden.
In een aantal onderzochte rassen zijn honden met testresultaten N/A en N/N nooit
bewezen lijder van Degeneratieve Myelopathie bevonden. Alle honden met
Degeneratieve Myelopathie hadden het A/A testresultaat. Toch zijn er veel honden
met een A/A testresultaat die geen klinische symptomen van Degeneratieve
Myelopathie hebben. Honden met Degeneratieve Myelopathie beginnen meestal
tekenen van de ziekte te vertonen rond de 8 jaar, maar sommige vertonen pas
symptomen als ze veel ouder zijn rond 15 jaar oud. Dus een aantal van de honden
die als A/A zijn getest zijn nu “normaal” maar kunnen nog steeds tekenen van
Degeneratieve Myelopathie ontwikkelen als ze ouder worden. Er zijn enkele honden
van 15 jaar oud getest als A/A die geen klinische symptomen van Degeneratieve
Myelopathie vertoonde. Helaas, op dit punt is er nog geen goede schatting te
maken van hoeveel procent van de honden met de A/A testresultaat Degeneratieve
Myelopathie zal ontwikkelen binnen hun levensduur. Bij de Nova Scotia Duck
Tolling Retriever is er één geval bekend waarbij de diagnose Degeneratieve
Myelopathie is gesteld op basis van klinische klachten en waarbij het
testresultaat N/A is gebleken.
Samenvatting: Honden die N/A of N/N zijn getest zullen zeer onwaarschijnlijk
Degeneratieve Myelopathie ontwikkelen. Honden met test-resultaat A/A hebben veel
meer kans om
Degeneratieve Myelopathie te ontwikkelen. Het onderzoek zal zich nu concentreren
op hoeveel A/A geteste honden kunnen overleven tot op hoge leeftijd zonder de
ontwikkeling van Degeneratieve Myelopathie en waarom. Tevens wordt onderzocht
waarom ook honden met test-resultaat N/A
klinische symptomen kunnen ontwikkelen.
Mogelijk ontstaat er bezorgdheid over het feit dat nieuwe testen voor de fokkers
aanleiding zal zijn om honden, die drager zijn of risicovol, uit hun
fokprogramma te mijden. Dit kan ook leiden tot het verlies van kwalitatief goede
honden en een onnodige verkleining van de genenpool.
Op dit moment moet nog onderzocht worden hoe vaak het mutant bij de Toller
voorkomt en welke waarde wij hieraan moeten hechten. Dit kan alleen door het
uitwisselen van informatie en door meer honden te testen. In plaats van “blind“
te fokken, hebben we beschikking over een DNA-test die combinaties tussen
genetische dragers en het produceren van genetische lijders voorkomt.
De DNA-test, zoals die er nu ligt voor Degeneratieve Myelopathie, biedt een
mogelijkheid voor een betere toekomst voor de fokkers op de lange termijn,
Samenvatting: Er wordt fokkers aangeraden rekening te houden met de
Degeneratieve Myelopathie testresultaten in fokcombinaties, maar zij moeten niet
te veel nadruk leggen op deze testresultaten. Het testresultaat is één factor
van de vele, in een evenwichtig fokprogramma.
*Superoxide dismutase-1 (SOD1)
Rassen waarbij volgens de OFA het SOD1 mutant is aangetoond.
Alaskan Malamute
American Bulldog
American Eskimo Dog
American Water Spaniel
Australian Kelpie
Australian Shepherd
Belgian Sheepdog
Bernese Mountain Dog
Bloodhound
Border Collie
Border Terrier
|
Borzoi
Boxer Canaan
Cardigan Welsh Corgi
Cavalier King Charles Spaniel
Chesapeake Bay Retriever
Chow Chow
Cocker Spaniel
Collie
French Bulldog
German Shepherd Dog
Hovawart
|
Irish Setter
Kerry Blue Terrier
King Shepherd
Kuvasz Labrador Retriever
Mastiff
Miniature Schnauzer
Newfoundland
Pembroke Welsh Corgi
Poodle
Pug
Puli
|
Rhodesian Ridgeback
Rottweiler Shetland Sheepdog
Shih Tzu
Shiloh Shepherd
Staffordshire Bull Terrier
Standard Schnauzer
White Shepherd
|