De NSDTR Club
Home
Inhoudsopgave
Het Bestuur
Contact personen
Statuten
Huishoudelijk reglement
Lidmaatschap
Club Agenda
Formulieren
Jacht (JPC)info
Clubmatch(KCM)  
Toller Tales
Thema foto's
Van onze leden 
Clubwinkel
Vacature-online
JPC activiteiten
Diplomadagen
Tollerwerkdag
Clubdiplomadag
Workingtest
M.A.P
Diploma behaald !
KNJV-proevendag
Wedstrijdkalender
Jachttraining
Retrievertest
Zweetwerk
Mooi Apport
Zwemmen
De Toller
Rasstandaard
Geschiedenis 
Karakter
Gezondheid
Verzorging
Overlijden melden
Fotoalbum
Video
Overige Info
Raad van Beheer
Showkalender
Wedstrijdkalender
Werkresultaten
Prikbord
Logeeradres
Literatuur/links

  De retriever en diploma dagen.

 

door Gé Kleynen.

De afgelopen jaren ben ik in de gelukkige omstandigheid geweest om ieder jaar een of meerdere keren te kunnen keuren op diploma dagen van de diverse rasverenigingen. Iedere keer opnieuw nam ik mij voor om een kort verslag te maken over de manier van voorjagen in de diverse proeven. Het is er nooit van gekomen, maar nu dus wel.

Wat mij elke keer weer verwondert is het feit dat een aantal voorjagers wel de reglementen kent, maar niet de uitvoering. Verder kennen velen ook niet het karakter en de werkwijze van hun hond.

Aan de hand van de eerste proeven van het diploma, resp. certificaat dagen zal ik proberen mijn visie van het hondenwerk de revue te laten passeren.

Een waarschuwing vooraf: mijn opvatting hoeft, en zal, niet noodzakelijkerwijs overeenkomen met de zienswijze van anderen.

Beginnen bij het begin.

U gaat thuis weg met uw hond en uw uitrusting. Afhankelijk van de weersomstandigheden zomerkledij, winterkledij of regenkledij.

Een van de voorjagers was op een van de zomerse proeven zeer modieus gekleed in o.a. een spijkerbroek met wijde pijpen. Bij het volgen (proef A) verheugde de hond zich erop om bij elke stap een flap van de pijp in zijn gezicht te krijgen. Ook de noodzakelijke lange (plastic) regenjassen zijn een vreugde voor de honden om dezelfde reden.

Het is niet verplicht om jachtkleding te dragen, maar pas de kleding wel aan aan je hond, en aan het feit dat u zich in een “jachtveld” bevindt.

Zo, en nu de proeven.

Laat u uw hond voor elke proef wel even uit? Bij teven wat minder noodzakelijk maar bij reuen zeer verstandig.

Proef A. Het aangelijnd en los volgen. omhoog

De meeste weten wel dat er een Zandloperfiguur, een 8 of een X moet worden gevolgd, maar soms lijkt het moeilijk te zijn om gewoon rechtdoor te blijven lopen. (Spottend geef ik wel eens het commentaar dat er mensen zijn die de weg kwijtraken op een rotonde.) Verder is dat middelste paaltje een bron van ergernis. Je kunt er niet dicht genoeg tegen aan gaan staan of langslopen aan de rechterkant van het paaltje. Je hond weet dan wel niet meer of hij moet uitwijken naar links of naar rechts of misschien wel achter de voorjager moet gaan zitten of lopen. Begin nu eens links van het paaltje en loop links langs het middelste paaltje. Oké, bij de binnenbochten kan het niet anders. Maak daar een ruime bocht, opdat uw hond geen last heeft van de paaltjes. Een ruime bocht mag natuurlijk ook bij de buitenbocht. Is trouwens voor reuen een goed advies op het optillen van de poot te voorkomen. O ja; de riem moet op de grond bij het nu beruchte middelste paaltje of helemaal verdwijnen in de rechterjas zak.

Proef B. Uitsturen en komen op bevel. omhoog

Er staat een prima beschrijving van de proef in de reglementen. Maar laten we wel wezen er is niets zo moeilijk voor een retriever om bij de baas weg te lopen.

Laten we er even van uit gaan dat de hond onderweg is naar die grens van ± 30 meter en/of vrij zijn. Dan komt het verlossende woord van de keurmeester; “roept u hem maar terug”. En dan komt het: de jas (zak) moet nog open om de fluit te vinden, of de fluit zit nog onder de trui verstopt. Een engelse trainer vertelde mij eens: “de enige plaats voor een fluit bij het voorjagen van een hond is in je mond”.

Nog een zodanig heikel punt. Om een voldoende te hebben moet de hond met maximaal 3 commando’s bij u zijn. Er zijn voorjagers die denken dat als ze maar één keer roepen, er een 10 komt als de hond voorkomt. Sorry mensen. Het is niet alleen het roepen van de voorjager dat wordt beoordeeld, maar ook duidelijk de manier van terugkomen van de hond. Bij een snelle hond wordt een grotere bocht geaccepteerd als bij een langzame. Komt de hond met opgeheven hoofd of gaat de neus als een stofzuiger over de grond. Maar het “mooiste”(!!!!!) is de hond die in een redelijke lijn terugkomt, onderweg zijn baas geen blik waardig keurt, maar wel de volledige omgeving in de gaten houdt. Hopelijk voor de voorjager gebeurt er dan ook niets in de omgeving, anders komt de hond bijna zeker niet bij hem aan. Deze hond weet wat ervan hem verwacht wordt maar heeft eigenlijk geen zin om het bevel op te volgen. Al deze, en andere, factoren kunnen een rol spelen in de beoordeling van uw punt. Leer a.u.b. uw hond, dat komen ook niets anders is als komen.

Voor reuen geldt hier: plassen in het terugkomen geeft blijkt van het feit dat de hond bijna  letterlijk het schij….. aan u heeft. Geldt trouwens ook bij alle apporteerproeven.

Proef C. Houden van de aangewezen plaats omhoog

De hond moet gedurende 2 minuten netjes op de plaats blijven waar u hem van de keurmeester moet achterlaten, terwijl u zelf uit het zicht van de hond verdwijnt. Meestal laat hem hier de hond liggen, maar men mag hem ook laten zitten of staan. De hond moet echter wel dan de volle 2 minuten in die houding blijven. Dit is een stukje tekst uit een van de reglementen. Eigenlijk is alles hier mee gezegd. Maar er zijn honden die het blijven op verschillende manieren interpreteren.

Het mooiste is de hond die down gaat en in alle rust of in alle attentie blijft liggen op de plaats waar hij is neer gelegd. Rust; van mij mag de hond in slaap vallen, en attentie; rustig het jachtveld in de gaten houden en eventueel op een schot reageren. Tussen rondkijken en rondkijken zit ook een wereld van verschil. Het beeld van de hond moet je het vertrouwen geven dat je die hond mee op jacht zou willen nemen.

Maar ook hier zien we allerlei soorten reacties van de honden.

Het, in mijn ogen, ergste wat mij een keer overkwam is een hond die duidelijk uit angst down ging, in angst en onzekerheid bleef liggen, en sterke angst toonde toen de baas weer terugkwam. Een ding had de hond wel gedaan: blijven liggen. Toen ik punten aftrok voor het gedrag van de hond t.o.v. de voorjager werd hier tegen bij de organisatie geprotesteerd. Reden: de hond had toch de plaats gehouden! Sorry, maar het belang van de hond heeft hier bij mij de overhand gehad.  

Proef D en E hebben ongeveer de zelfde regelgeving. omhoog
Er wordt al dan niet met schot een dummy geworpen en uw hond moet netjes op uw commando wachten en moet dan de dummy apporteren. U mag dat commando pas geven als de keurmeester u daarvoor een teken heeft gegeven. Gaat de hond eerder, wat inspringen wordt genoemd, dan kun u nog maximaal een 8 halen. 

Bij D is het uitgaan meestal niet problematisch maar het terugkomen. Voor sommige honden is de omgeving belangrijker dan de baas. Hoe kun je nu werken met een hond die het wild eigenlijk niet terug wilt brengen? Er is een groot verschil tussen honden die terugstormen naar de voorjager en de omgeving in de gaten houden of honden die de omgeving in de gaten houden en naar de voorjager onderweg zijn. Voelt u het verschil. 
Bij de beoordeling zal dit een rol spelen. Probeer door zelf kritisch te zijn op uw hond en als u in een groep traint door kritisch te zijn op u mede voorjagers eens wat te doen aan de houding van de honden. 

Bij E is het uitgaan nog wel eens problematisch. Er zijn tientallen “kantjes” met, voor sommige honden, daarachter dat enge, natte water. Variatie in water kan u hierbij helpen. Uit water komen heeft dezelfde punten. En uitschudden. Keurmeesters zijn liever nat dan dat de hond zijn water al kwijt is bij de voorjager. (had hij maar opzij moeten gaan staan.)

Bij de B en A proeven zie je weinig rare dingen meer. Toch valt me bij proef F, Verloren apport te land, regelmatig op dat ik eerder in de gaten heb dat een hond wind vangt dan de voorjager. Soms staan voorjagers zelfs versteld van het feit als ik zeg dat de hond op het apport heeft getekend. Voorjagers heeft u nooit iets geleerd over de wind en het tekenen van een hond?

Wat is nu de bedoeling van dit schrijven. omhoog

Probeer eens wat meer te leren over de hond en wat minder over de reglementen.

Het leren “lezen” van je retriever is zo mooi. Leren waarom je hond dingen doet en hoe hij dingen doet. Het leren kijken naar het werk van andere honden. En natuurlijk in proeven kijken of jullie samen (voorjager en hond) klaar zijn. Heel dikwijls geef ik meer een advies aan de voorjager dan een advies over zijn hond.  En de reglementen: dat zijn richtlijnen die aan de interpretatie van de keurmeesters onderhevig zijn. Er is al een keurmeester verteld door een voorjager dat hij de proeven met een videocamera zal laten opnemen om de keurmeester op zijn keuren te kunnen aanspreken. Is dit de manier van leuk werken met je retriever. Iemand uit de Goldens schreef nog niet zolang gelden: Proeven zijn proeven en geen Puntenwedstrijden. Proeven geven aan waar je staat in de africhting van je hond in de ogen van de keurmeesters die op die dag keuren. Punten jagen gaat ten koste van je hond, van de andere deelnemers en uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

 

 

 

Bladwijzers