|
door Gé Kleynen.
De afgelopen jaren ben ik in de
gelukkige omstandigheid geweest om ieder jaar een of
meerdere keren te kunnen keuren op diploma dagen van de
diverse rasverenigingen. Iedere keer opnieuw nam ik mij voor
om een kort verslag te maken over de manier van voorjagen in
de diverse proeven. Het is er nooit van gekomen, maar nu dus
wel.
Wat mij elke keer weer
verwondert is het feit dat een aantal voorjagers wel de
reglementen kent, maar niet de uitvoering. Verder kennen
velen ook niet het karakter en de werkwijze van hun hond.
Aan de hand van de eerste
proeven van het diploma, resp. certificaat dagen zal ik
proberen mijn visie van het hondenwerk de revue te laten
passeren.
Een waarschuwing vooraf: mijn
opvatting hoeft, en zal, niet noodzakelijkerwijs
overeenkomen met de zienswijze van anderen.
Beginnen bij het begin.
U gaat thuis weg met uw hond en
uw uitrusting. Afhankelijk van de weersomstandigheden
zomerkledij, winterkledij of regenkledij.
Een van de voorjagers was op
een van de zomerse proeven zeer modieus gekleed in o.a. een
spijkerbroek met wijde pijpen. Bij het volgen (proef A)
verheugde de hond zich erop om bij elke stap een flap van de
pijp in zijn gezicht te krijgen. Ook de noodzakelijke lange
(plastic) regenjassen zijn een vreugde voor de honden om
dezelfde reden.
Het is niet verplicht om
jachtkleding te dragen, maar pas de kleding wel aan aan je
hond, en aan het feit dat u zich in een “jachtveld” bevindt.
Zo, en nu de proeven.
Laat u uw hond voor elke proef
wel even uit? Bij teven wat minder noodzakelijk maar bij
reuen zeer verstandig.
Proef A. Het aangelijnd en los volgen.
De meeste weten wel dat er een
Zandloperfiguur, een 8 of een X moet worden gevolgd, maar
soms lijkt het moeilijk te zijn om gewoon rechtdoor te
blijven lopen. (Spottend geef ik wel eens het commentaar dat
er mensen zijn die de weg kwijtraken op een rotonde.) Verder
is dat middelste paaltje een bron van ergernis. Je kunt er
niet dicht genoeg tegen aan gaan staan of langslopen aan de
rechterkant van het paaltje. Je hond weet dan wel niet meer
of hij moet uitwijken naar links of naar rechts of misschien
wel achter de voorjager moet gaan zitten of lopen. Begin nu
eens links van het paaltje en loop links langs het middelste
paaltje. Oké, bij de binnenbochten kan het niet anders. Maak
daar een ruime bocht, opdat uw hond geen last heeft van de
paaltjes. Een ruime bocht mag natuurlijk ook bij de
buitenbocht. Is trouwens voor reuen een goed advies op het
optillen van de poot te voorkomen. O ja; de riem moet op de
grond bij het nu beruchte middelste paaltje of helemaal
verdwijnen in de rechterjas zak.
Proef B. Uitsturen en komen op bevel.
Er staat een prima beschrijving van de proef in de
reglementen. Maar laten we wel wezen er is niets zo moeilijk
voor een retriever om bij de baas weg te lopen.
Laten we er even van uit gaan dat de hond onderweg is
naar die grens van ± 30 meter en/of vrij zijn. Dan komt het
verlossende woord van de keurmeester; “roept u hem maar
terug”. En dan komt het: de jas (zak) moet nog open om de
fluit te vinden, of de fluit zit nog onder de trui verstopt.
Een engelse trainer vertelde mij eens: “de enige plaats voor
een fluit bij het voorjagen van een hond is in je mond”.
Nog een zodanig heikel punt. Om een voldoende te hebben
moet de hond met maximaal 3 commando’s bij u zijn. Er zijn
voorjagers die denken dat als ze maar één keer roepen, er
een 10 komt als de hond voorkomt. Sorry mensen. Het is niet
alleen het roepen van de voorjager dat wordt beoordeeld,
maar ook duidelijk de manier van terugkomen van de hond. Bij
een snelle hond wordt een grotere bocht geaccepteerd als bij
een langzame. Komt de hond met opgeheven hoofd of gaat de
neus als een stofzuiger over de grond. Maar het
“mooiste”(!!!!!) is de hond die in een redelijke lijn
terugkomt, onderweg zijn baas geen blik waardig keurt, maar
wel de volledige omgeving in de gaten houdt. Hopelijk voor
de voorjager gebeurt er dan ook niets in de omgeving, anders
komt de hond bijna zeker niet bij hem aan. Deze hond weet
wat ervan hem verwacht wordt maar heeft eigenlijk geen zin
om het bevel op te volgen. Al deze, en andere, factoren
kunnen een rol spelen in de beoordeling van uw punt. Leer
a.u.b. uw hond, dat komen ook niets anders is als komen.
Voor reuen geldt hier: plassen in het terugkomen geeft
blijkt van het feit dat de hond bijna
letterlijk het schij….. aan u heeft. Geldt trouwens
ook bij alle apporteerproeven.
Proef
C. Houden van de aangewezen plaats
De hond moet gedurende 2 minuten netjes op de plaats
blijven waar u hem van de keurmeester moet achterlaten,
terwijl u zelf uit het zicht van de hond verdwijnt. Meestal
laat hem hier de hond liggen, maar men mag hem ook laten
zitten of staan. De hond moet echter wel dan de volle 2
minuten in die houding blijven. Dit is een stukje tekst uit
een van de reglementen. Eigenlijk is alles hier mee gezegd.
Maar er zijn honden die het blijven op verschillende
manieren interpreteren.
Het mooiste is de hond die down gaat en in alle rust of
in alle attentie blijft liggen op de plaats waar hij is neer
gelegd. Rust; van mij mag de hond in slaap vallen, en
attentie; rustig het jachtveld in de gaten houden en
eventueel op een schot reageren. Tussen rondkijken en
rondkijken zit ook een wereld van verschil. Het beeld van de
hond moet je het vertrouwen geven dat je die hond mee op
jacht zou willen nemen.
Maar ook hier zien we allerlei soorten reacties van de
honden.
Het, in mijn
ogen, ergste wat mij een keer overkwam is een hond die
duidelijk uit angst down ging, in angst en onzekerheid bleef
liggen, en sterke angst toonde toen de baas weer terugkwam.
Een ding had de hond wel gedaan: blijven liggen. Toen ik
punten aftrok voor het gedrag van de hond t.o.v. de
voorjager werd hier tegen bij de organisatie geprotesteerd.
Reden: de hond had toch de plaats gehouden! Sorry, maar het
belang van de hond heeft hier bij mij de overhand gehad.
Proef D en E
hebben ongeveer de zelfde regelgeving. 
Er wordt al dan niet met schot een dummy geworpen en uw hond
moet netjes op uw commando wachten en moet dan de dummy
apporteren. U mag dat commando pas geven als de keurmeester
u daarvoor een teken heeft gegeven. Gaat de hond eerder, wat
inspringen wordt genoemd, dan kun u nog maximaal een 8
halen.
Bij D is het
uitgaan meestal niet problematisch maar het terugkomen. Voor
sommige honden is de omgeving belangrijker dan de baas. Hoe
kun je nu werken met een hond die het wild eigenlijk niet
terug wilt brengen? Er is een groot verschil tussen honden
die terugstormen naar de voorjager en de omgeving in de
gaten houden of honden die de omgeving in de gaten houden en
naar de voorjager onderweg zijn. Voelt u het verschil.
Bij de beoordeling zal dit een rol spelen. Probeer door zelf
kritisch te zijn op uw hond en als u in een groep traint
door kritisch te zijn op u mede voorjagers eens wat te doen
aan de houding van de honden.
Bij E is het uitgaan nog wel eens problematisch. Er zijn
tientallen “kantjes” met, voor sommige honden, daarachter
dat enge, natte water. Variatie in water kan u hierbij
helpen. Uit water komen heeft dezelfde punten. En
uitschudden. Keurmeesters zijn liever nat dan dat de hond
zijn water al kwijt is bij de voorjager. (had hij maar opzij
moeten gaan staan.)
Bij de B en A proeven zie je weinig rare dingen meer.
Toch valt me bij proef F, Verloren apport te land,
regelmatig op dat ik eerder in de gaten heb dat een hond
wind vangt dan de voorjager. Soms staan voorjagers zelfs
versteld van het feit als ik zeg dat de hond op het apport
heeft getekend. Voorjagers heeft u nooit iets geleerd over
de wind en het tekenen van een hond?
Wat
is nu de bedoeling van dit schrijven.
Probeer eens wat meer te leren over de hond en wat
minder over de reglementen.
Het leren “lezen” van je retriever is zo mooi. Leren
waarom je hond dingen doet en hoe hij dingen doet. Het leren
kijken naar het werk van andere honden. En natuurlijk in
proeven kijken of jullie samen (voorjager en hond) klaar
zijn. Heel dikwijls geef ik meer een advies aan de voorjager
dan een advies over zijn hond.
En de reglementen: dat zijn richtlijnen die aan de
interpretatie van de keurmeesters onderhevig zijn. Er is al
een keurmeester verteld door een voorjager dat hij de
proeven met een videocamera zal laten opnemen om de
keurmeester op zijn keuren te kunnen aanspreken. Is dit de
manier van leuk werken met je retriever. Iemand uit de
Goldens schreef nog niet zolang gelden: Proeven zijn proeven
en geen Puntenwedstrijden. Proeven geven aan waar je staat
in de africhting van je hond in de ogen van de keurmeesters
die op die dag keuren. Punten jagen gaat ten koste van je
hond, van de andere deelnemers en uiteindelijk ook ten koste
van jezelf.
|