Goniodysgenese
of goniodysplasie is een aangeboren afwijking van de afvoer van het kamervocht
(het vocht in de
ruimte tussen het hoornvlies en de iris).
Kamerwater neemt voedingsstoffen mee in het oog, voert afvalproducten af en
houdt de oogbol op
de normale spanning. Het wordt continu aangemaakt en ook weer afgevoerd. Het
wordt aangemaakt
net achter het regenboogvlies (iris) en stroomt door de pupilopening in de
voorste oogkamer.
Het verlaat het oog weer in de kamerhoek, rondom tussen het regenboogvlies en
het hoornvlies,
via het filtratiesysteem (Ligamentum pectineatum). De ingang van dit
drainagesysteem dient mooi open openingen te
hebben. Deze openingen kunnen tijdens de aanlegfase, nog in de baarmoeder,
verkeerd worden aangelegd.
Men spreekt dan van goniodysplasie.
Een klein percentage van de honden met deze afwijking ontwikkelt glaucoom (hoge
oogdruk) zie informatie over glaucoom op deze pagina. De
afwijking komt bij veel rassen voor. In Nederland is het vooral bij de Bouvier
bekend. Het onderzoek naar goniodysplasie wordt niet standaard bij het onderzoek
op erfelijke oogafwijkingen uitgevoerd.
Gonioscopie
is een onderzoek om de hoek tussen het hoornvlies en de iris (de oogkamerhoek)
te beoordelen.
Dit om vast te kunnen stellen welke vorm van glaucoom zich voordoet of voor kan
gaan doen. Dit oogonderzoek wordt bij bepaalde rassen ook preventief gedaan om
te kijken of drainagesysteem goed aangelegd is. Hiervoor plaatst de dierenarts
een speciale lens op het oog om die hoek te zien.
Dit gebeurt meestal onder sedatie of onder algemene anesthesie maar als een hond
het toe laat kan het ook met een locale (van het oog)verdoving. Een Gonioscopie hoeft niet herhaald te worden
want de uitslag is definitief.
Bij de Toller is voor zover op dit moment bij ons
bekend 1 keer
Goniodysgenese met Glaucoom vastgesteld.

Glaucoom
Glaucoom (of groene staar) is een oogaandoening waarbij de druk in de oogbol te
hoog wordt. Zonder behandeling loopt het oog dan ernstige schade op, met
blindheid als gevolg.
Hoe herken je als eigenaar glaucoom?
Het begint meestal eenzijdig, waarbij het belangrijkste verschijnsel is roodheid
van de bloedvaatjes om het oog, zichtbaar als het bovenooglid iets wordt
opgetrokken. In eerste instantie is juist niet het slijmvlies rood en opgezet,
waardoor glaucoom zich onderscheidt van oogslijmvliesontsteking
(conjunctivitis).
Daarnaast kan een blauwverkleuring van het hoornvlies optreden. De pupil staat
wijdopen, ook al schijnt men met een zaklamp in het oog. De hond heeft hoofdpijn
en is veelal lusteloos. Aan de kant waar het glaucoom optreedt, is de hond op
dat moment blind.
Glaucoom is een zeldzame aandoening en kan verward worden met zgn.
conjunctivitis, dit is een veelvoorkomend slijmvliesontsteking van het oog,
waarbij het slijmvlies rond het oog rood is en opgezwollen is en waarbij er vaak
ook pus uit het oog loopt. Deze aandoening is meestal onschuldig en eenvoudig te
genezen.
Een tweede veelvoorkomende oogaandoening, die veel oudere honden ontwikkelen en
die tot op zekere hoogte normaal is, is de grauwe staar, ofwel de
ouderdomsstaar. Hierbij wordt de lens (die zich achter de pupil van het oog
bevindt) troebel, wat soms als blauwverkleuring zichtbaar is bij een bepaalde
lichtval op het oog. Het grote verschil met glaucoom is dat het dier zich
volkomen normaal gedraagt en dat de verkleuring zich niet op het hoornvlies
bevindt, maar duidelijk erachter in de lens.
In veel gevallen is glaucoom het gevolg van een aangeboren aanleg om glaucoom te
ontwikkelen, het zogenaamde primaire glaucoom. Helaas is het vaak niet mogelijk
om een eenmaal ontstaan glaucoom blijvend succesvol te behandelen. Niet zelden
ontstaat uiteindelijk ook glaucoom in het andere oog. Een secundair glaucoom kan
zich ontwikkelen na trauma aan het oog, waarbij bijvoorbeeld een inwendige
oogontsteking (uveitis) zich ontwikkelt. Ook sommige medicijnen kunnen glaucoom
veroorzaken.
Behandeling van Glaucoom
De behandeling van glaucoom bestaat uit medicatie die zorgt voor het verlagen
van de oogboldruk, d.m.v. tabletten en vaak ook met behulp van oogdruppels.
Afhankelijk van de reactie op de medicatie kan besloten worden of de medicatie
wordt doorgezet of dat het oog voor de hond alleen maar een last is geworden en
het dier beter af is zonder oog. In het algemeen kan een hond die uiteindelijk
helemaal blind is een goed leven hebben. Op zichzelf is blindheid meestal
onvoldoende reden om het dier in te laten slapen. Het is uiteindelijk altijd wel
noodzakelijk om iedere patiënt apart te beoordelen, steeds in overleg met de
eigenaar die het meest deskundig is in hoeverre de hond een goed leven heeft.