|
|
 |
 |
 |
 |
 |
Haplotype
|
|
|
|
Dringend gewenst: bloed van Tollers met auto-immuun gerelateerde ziekten
Het internationale onderzoek in Zweden, Finland en in Davies, California
naar auto-immuunziekten bij Tollers heeft al een aantal resultaten
opgeleverd die mogelijk meer inzicht geven in het ontstaan van
auto-immuun ziekten Er wordt nog steeds gewerkt aan het in kaart brengen
van genen met als doel DNA-testen te ontwikkelen die het aantal
auto-immuun ziekten kunnen terugdringen. In dit artikel proberen we uit
te leggen wat de onderzoekers tot nu toe hebben gevonden en wat de
betekenis is van deze resultaten voor de fokkerij. Ook wordt een oproep
gedaan om aan dit onderzoek mee te werken.
Om te begrijpen hoe een auto-immuun reactie kan ontstaan, moet men eerst
weten hoe het immuunsysteem op normale wijze werkzaam is.
Als bacteriën of virussen het lichaam weten binnen te dringen zullen
bepaalde witte bloedcellen de cellen van de binnendringende bacteriën of
virussen aanvallen. Deze witte bloedcellen, de neutrofiele granulocyten,
moeten daarom onderscheid kunnen maken tussen lichaamseigen en vreemde
cellen. In het lichaam wordt daarom een soort van chemisch etiket aan de
buitenkant van elke cel geplakt. Het immuunsysteem herkent dit etiket en
valt deze lichaamseigen cellen niet aan. Het herkennen van de eigen
cellen gebeurt door middel van een identificatiesysteem. Dit
identificatiesysteem wordt wel het Major Histocompatability Complex (MHC)
genoemd
Wat is op dit moment de theorie met betrekking tot het MHC?
Het Major Histocompatability Complex, oftewel het MHC komt bij alle
zoogdieren voor en bestaat uit twee haplotypen. Dit zijn groepen van een
aantal sterk aan elkaar gekoppelde groep genen. Deze groep genen zitten
dicht bij elkaar op één chromosoom. Normaal treedt bij de voortplanting
een afsplitsing van de genen op. Bij het MHC werkt het anders. Het MHC
vererft vrijwel uitsluitend als totale groep. Zo’n groep noemen we een
haplotype. Ieder zoogdier en dus ook iedere Toller heeft er twee, eentje
van beide ouders.
Opvallend is verder dat de genen van het MHC bijzonder veelvormig zijn.
In de natuur is er dan ook een enorme variëteit in haplotypes. Als het
MHC niet goed functioneert, is het dier ( of de mens) niet goed in staat
ziektes, stress, vaccinaties te verwerken. Terwijl een dier dat een
optimaal functionerend MHC heeft dezelfde problemen wel kan verwerken.
Verder is inmiddels duidelijk dat er ook genen zijn die weer samenwerken
met het haplotype. Deze zogenaamde haplotype assoc spelen op hun beurt
ook een belangrijke rol in het al dan niet uitbreken van
auto-immuunziekten. Er is nog te weinig bekend hoe dat precies in zijn
werk gaat. Daarom is het nog te vroeg om conclusies te verbinden aan de
onderzoeksresultaten.
Bij rashonden is door het fokken van raszuivere honden een beperking
gezet op de variatie in haplotypes (niet op het aantal, want dat zijn er
altijd 2). Bij Saluki’s bijvoorbeeld zijn er 24 verschillende bekend.
Helaas zijn er bij Tollers tot nog toe maar 5 verschillende haplotypes
gevonden, waarvan er twee veel voorkomen en drie relatief weinig
voorkomen. Dat is erg weinig. Met 5 haplotypes kun je maximaal 15
verschillende combinaties haplotypes maken. Men neemt op dit moment aan
dat 74% van de Tollers een haplotype heeft dat veel voorkomt. Jammer
genoeg is een van die twee veel voorkomende haplotypes ( 34% van 200
geteste Tollers) degene waarvan men aanneemt dat die niet goed in staat
is om het immuunsysteem optimaal te laten functioneren, waardoor de kans
op een auto-immuunziekte zeker 5 keer groter is dan normaal. Niet alle
combinaties waarin het minder goed functionerende haplotype voorkomt
levert auto-immuunziekte op. Als dat namelijk wel zo was dan zouden er
veel meer Tollers zijn met auto-immuunziekte. Onze inschatting is dat 3
tot 5 % van het aantal Tollers dat per jaar geboren wordt,
ziekteverschijnselen krijgt.
Zoals gezegd wordt niet iedere Toller die dat bewuste haplotype heeft,
ziek. Dat hangt af van genen die met het MHC samenwerken, waarover op
dit moment nog te weinig bekend is. Het hangt ook af van de externe
omstandigheden die het dier tegenkomt.. Een hond met redelijk optimale
levensomstandigheden kan dus heel goed met dit haplotype oud worden
zonder dat er zich ooit problemen voordoen. Waarmee niet gezegd is dat
eigenaren van een zieke hond niet voor normale optimale omstandigheden
voor hun hond zorgen. Zo is bekend dat het ene dier een veel grotere
hormoonschommeling heeft dan het andere dier, het ene dier is van
karakter nerveuzer of gevoeliger dan het andere. En al die dingen kunnen
het auto-immuunsysteem triggeren om het eigen lichaam als vijandig te
ervaren en in de aanval te gaan.
Conclusie
Voor ons ras is door het onderzoek steeds duidelijker aan het worden dat
de aanleg voor auto-immuunziekten over de gehele linie voorkomt en dat
het niet eenvoudig zal worden om daar in de toekomst verantwoord mee om
te gaan. De verwachting van de Amerikaanse onderzoeker Danika Bannasch
is dat we over enige tijd een veel DNA-testen tot onze beschikking
hebben die het fokken niet eenvoudiger zal maken, maar waarmee ziekten
en afwijkingen met betrekking tot auto-immuunziekten wel uitgesloten
kunnen worden.
Totdat we precies weten hoe de vererving plaatsvindt en daar is het
laatste woord echt nog niet over gezegd, kunnen we als fokkers niet
anders dan voorzichtig zijn. Voorzichtig met inteelt, voorzichtig met
gebrek aan variatie door teveel nakomelingen per ouderdier te fokken.
Nieuwe eigenaren adviseren terughoudend te vaccineren. En ook de tijd
nemen voor het onderzoek van stambomen. Wat weet je van de reu of de
teef die je voor de fokkerij wilt gebruiken. Wat weet je van de
vererving van hun ouders en voorouders? Probeer in elk geval te
voorkomen dat je lijnen combineert waarmee je een dubbeling maakt van al
bekende problemen.
Het is op dit moment overigens al mogelijk om het haplotype van Tollers
te laten bepalen, maar Helene Hamlin, de Zweedse onderzoeker zegt
hierover:
“However, we strongly advise to wait for further genetic research to be
performed before analysing tollers routinely for MHC. The information of
MHC analyses today is impossible to valuate. MHC is only ONE risk
factor, and we know there are several other genes involved in the
disease(s). This means that we have to get the “whole genetic risk
picture” before we can evaluate the risk for an individual. It may turn
out very unwise if we just select animals according to one specific
factor.”
M.a.w. zij vraagt aan de Tollerfokkers om nog even te wachten met het
standaard onderzoeken van het MHC, omdat het slechts 1 factor is die
bepalend is voor het ontwikkelen van auto-immuunziekten. We lopen dan
het risico om ‘het kind met het badwater weg te gooien’.
Wat kunnen we wel doen?
We kunnen ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk bloedmonsters van met
name Tollers met een auto-immuunziekte in Zweden of in Finland komen. In
dit stadium van het onderzoek is dat op dit moment het belangrijkste.
Wij zouden het zeer op prijs stellen als u als eigenaar of als fokker
bereid bent daarbij te helpen. Dat kan overigens anoniem. De
onderzoekers hebben wel officiële gegevens nodig, u kunt van de clubsite
de benodigde papieren downloaden.
Het maakt overigens voor het onderzoek niet uit of u het bloed naar
Zweden of naar Finland stuurt;
In Zweden zijn ze gericht met Tollers en auto-immuunziekten bezig en in
Finland zijn ze met onderzoek van meerdere rassen bezig en meer gericht
op epilepsie, maar beide onderzoeken werken nauw samen. Bloedmonsters
van Tollers met epilepsie zijn daarom ook zeer welkom.
U vindt de papieren op
www.tollertales.nl klik links op gezondheid en op
de gezondheidspagina vindt u in de rechterkolom een Nederlandse
instructie voor de wijze waarop u het bloed moet verzamelen en versturen
en een Engels formulier dat u ingevuld met het bloedmonster moet
meesturen. De fokadviescommissie is te allen tijde bereid u te helpen
met het invullen.
De fokadviescommissie,
Voor dit artikel hebben wij gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
Een verslag van Finse fokker over een lezing van H. Hamlin over de stand
van zaken rond de
auto-immuunstudie in Zweden,
E-mail contact met H.Hamlin, onderzoeker Tollerstudie in Zweden
E-mail contact met de Finse Tollerclub over het aanleveren van bloed van
Tollers
Email contact met Danika Bannasch, tollerfokster en onderzoekster van Addison bij Tollers aan de universiteit van California

Meer duidelijkheid over
auto-immuunziekten
Al vele jaren is bekend dat de toller gevoelig is voor
auto-immuunziekten. In onze boekenkast kwam ik een
Toller Tales tegen uit 1998 waarin al een artikel stond
over AM (aseptische meningitis). Zeker in die jaren
overheerste de onzekerheid: hoe te behandelen, wat was
de oorzaak?
Genetisch bepaald
We zijn nu 12 jaar verder en langzaam maar zeker wordt
er steeds meer bekend. Wetenschappers werken er hard aan
om het mysterie rond auto-immuunziekten te ontrafelen.
Zo is inmiddels vastgesteld dat de aanleg voor een
auto-immuunziekte genetisch is bepaald. Met andere
woorden: het gaat om een erfelijke aandoening.
Op 19 november is er de unieke gelegenheid om te horen
hoe ver het staat met dit onderzoek. Dan komen twee
Zweedse wetenschappers naar Nederland om een lezing te
geven. Dit gebeurt op uitnodiging van de
fokadviescommissie. Maar wat onderzoeken zij nu precies?
Haplotypes
In Zweden zijn bloedmonsters onderzocht van honderden
tollers uit verschillende landen. Daarbij is gekeken
naar het zogenoemde haplotype van een hond. Je kunt het
haplotype zien als een label dat aangeeft welke
combinatie van genen een hond heeft. In dit geval de
genen van het immuunsysteem. Dat label bestaat uit twee
onderdelen; probeer je dat voor te stellen als gekleurde
kaartjes.
Een pup krijgt van elke ouder één kaartje; die twee
kaartjes samen vormen het label van de pup. Bij het
onderzoek in Zweden zijn tot nu toe negen verschillende
haplotypes gevonden. Twee van deze types blijken een
verhoogde kans te geven op auto-immuunziekten. Helaas
zijn dit ook de haplotypes die het meest worden
aangetroffen bij tollers. Maar liefst 75% van de
onderzochte tollers had één van deze haplotypes of
beide. Een ander haplotype werd bij slechts één toller
aangetroffen.
Genetische diversiteit
Als wordt gepraat over een gebrek aan genetische
diversiteit wordt bedoeld dat steeds meer honden
hetzelfde label hebben en dat de zeldzame labels
verdwijnen. Zoals gezegd bestaat zo'n label uit twee
kaartjes, van elke ouder één. Stel dat rode kaartjes een
verhoogde kans geven op auto-immuunziekten en de vader
is rood/geel en de moeder is rood/wit. Dan bestaat de
kans dat de pup een label krijgt van twee rode kaartjes.
De 'risicokleuren' kunnen zich op deze manier steeds
meer verspreiden en de 'veilige' kleuren verdwijnen.
Bloedonderzoek Engeland
Inmiddels is in Finland een test beschikbaar om het
label van je hond vast te laten stellen. In Scandinavië
zijn al een aantal tollers getest en onlangs hebben 33
Engelse tollers meegedaan aan deze test. De uitslag was
nog niet bekend toen ik dit artikel schreef. Maar de
initiatiefnemers hopen zo een beeld te krijgen van de
haplotypes die in Engeland voorkomen. Ook kan de uitslag
worden meegenomen in het fokprogramma. Bijvoorbeeld door
combinaties zo te maken dat de veilige labels worden
behouden. En voor een hond met een risicolabel kan een
partner worden gezocht met een ‘veilig’ label .
Over het nut van deze test zijn de meningen verdeeld. Er
kunnen namelijk ook andere factoren meespelen bij het
ontstaan van auto-immuunziekten en de uitslag biedt geen
zekerheid. Ook een toller met een 'veilig' label kan AM
krijgen. Dat vind ik persoonlijk het nadeel van deze
test. Het is geen markertest zoals bij PRA en CEA met
vrij, drager en lijder. Maar het onderzoek is nog in
volle gang en hopelijk zijn er wel stappen gezet in de
richting van een markertest. Tijdens de lezing van 19
november zal dit ongetwijfeld aan de orde komen. Ik hoop
dat veel tollerliefhebbers gebruik maken van deze unieke
kans om rechtstreeks van de onderzoekers te horen wat de
stand van zaken is.
Gerja Slomp
Ik heb voor dit artikel gebruik gemaakt van het
artikel ‘Haplotypes for health’, geschreven door Helen
Geddes. Zij is de initiatiefnemer voor het
bloedonderzoek in Engeland, daarbij ondersteund door The
Toller Club of Great Britain. Helen zal op 19 november
ook aanwezig zijn, samen met een aantal collega-fokkers
uit Engeland. Deze bewerking voor Toller Tales is
gemaakt met haar toestemming.

Nog een lange weg te gaan
Op het gebied
van auto-immuunziekten bij Tollers moet nog veel worden
onderzocht en de uitkomsten zijn onzeker. Dit
benadrukten Helene Hamlin en Maria Wilbe uit Zweden
tijdens de lezing die zij op 19 november gaven op
uitnodiging van de Tollerclub. Al sinds 2003 wordt
onderzoek gedaan naar de oorzaak van auto-immuunziekten.
De Toller staat centraal bij dit onderzoek maar de
uitkomsten zijn ook van belang voor andere rassen.
Behalve een tiental Nederlandse fokkers waren ook
Tollerfokkers uit België, Duitsland en Oostenrijk naar
de lezing gekomen. Daarnaast waren er fokkers van andere
rassen en overige geïnteresseerden. Helene Hamlin legde
uit wat auto-immuunziekten zijn en welke ziekten er
voorkomen. Bij auto-immuunziekten spelen erfelijke
belasting en factoren als infecties, hormonen en externe
invloeden een rol. Een hond die erfelijk is belast,
hoeft niet ziek te worden en een hond die niet erfelijk
is belast kan het ook krijgen. Bij de Tollers in
Nederland gaat het met name om aseptische meningitis
(AM, ook wel SRMA genoemd); daarnaast zien we ook SLE en
IMRD. Van een aantal ziekten is nog niet definitief
vastgesteld of ze auto-immuun zijn, bijvoorbeeld
Addison’s disease of de ziekte van Cushing.
Twee vormen bij Tollers
Bij Tollers manifesteren auto-immuun gerelateerde
ziektes zich vooral in twee vormen: IRMD, een
reumatische aandoening die zorgt voor stijfheid en
pijnlijke gewrichten, vooral na rust. Dit kan gepaard
gaan met koorts of huidproblemen. De reumatische
aandoening treedt op tussen 2 en 6 jaar. De tweede vorm
is AM, een hersenvliesontsteking die wordt gekenmerkt
door een zeer pijnlijke nek, hoge koorts en stijfheid.
AM treedt op bij honden jonger dan 1 jaar; vaak rond de
8 of 9 maanden. Zelden hebben Tollers beide aandoeningen
tegelijk. Bij de behandeling van beide aandoeningen
wordt gebruik gemaakt van corticosteroiden; een zieke
hond moet langdurig medicijnen krijgen waarbij de
dosering geleidelijk wordt afgebouwd.
Afwijkingen in DNA
Na de pauze ging Maria Wilbe in op de genetische
aspecten van auto-immuunziekten. Daar wordt gezocht naar
afwijkingen in het DNA van Tollers die kunnen wijzen op
een ziekte. Volgens Maria zijn vijf regionen van het DNA
geïdentificeerd die te maken lijken te hebben met het
ontstaan van auto-immuunziekten. In elke regio zitten
meerdere genen en het is nog niet gelukt om de
afwijkende genen te vinden die de ziekte veroorzaken.
Eén van die regionen is het MHC: Major
Histocompatibility Complex. MHC is een molecuul aan het
celoppervlak dat een belangrijke rol speelt bij het
herkennen van bijvoorbeeld een virus of bacterie waarna
het immuunsysteem in actie komt. Als deze herkenning
niet goed werkt, kan het immuunsysteem reageren op
‘eigen’ elementen in het lichaam en daardoor ontstaat
een auto-immuunziekte. Bij de MHC-studie zijn bepaalde
haplotypes (combinaties van genen) gevonden die een
hoger risico lijken te geven op auto-immuunziekten. Deze
types komen ook het meest voor bij de Toller.
Haplotype testen heeft geen zin
In de vorige Toller Tales heeft u meer kunnen lezen over
haplotypes. Ik heb toen ook geschreven dat in
Scandinavië en Engeland al Tollers worden getest op hun
haplotype. Helene en Maria adviseerden om dat niet te
doen. Volgens de onderzoekers zijn er nog veel onbekende
genen die een rol spelen dat zo’n test weinig waarde
heeft. De test kan zelfs extra risico’s opleveren. Als
eigenaren bewust combinaties gaan maken met zeldzame
haplotypes, kunnen nieuwe ziekten ontstaan binnen het
ras of het risico op bestaande ziekten worden vergroot.
De ‘risico haplotypen’ zouden ook een functie kunnen
hebben in de bescherming tegen andere ziekten. Het
advies van Helene en Maria was om te wachten tot er meer
bekend is over welke genen betrokken zijn bij het
ontstaan van auto-immuunziekten. De onderzoekers hebben
al veel werk verzet maar er zijn ook nog veel
onzekerheden. Het MHC is slechts één van de DNA-regionen
die een rol spelen. De anderen zijn nog niet onderzocht
en mogelijk zijn er ook nog onbekende regionen. Het
advies is om te blijven kijken naar het totale plaatje
als het om fokken gaat; onderzoek zorgvuldig de stamboom
van je hond en eventuele partner en verzamel zo veel
mogelijk informatie over voorouders en nestgenoten.
Nooit uitsluiten
Vanuit de zaal werd gevraagd wat we in de toekomst
kunnen verwachten en op welke termijn. Helene was er
heel duidelijk over dat we nooit een test zullen krijgen
zoals bij PRA en CEA waarbij een ziekte volledig kan
worden uitgesloten. Dit heeft te maken met de complexe
vererving. Voor auto-immuunziekten moeten we denken aan
een soort van risicoanalyse waarbij kan worden voorspeld
in welke mate een combinatie een verhoogd risico heeft
op een auto-immuunziekte. Op welke termijn zo’n
risico-analyse beschikbaar is en in welke vorm, is nog
onzeker.
Gerja Slomp
Meer duidelijkheid over
auto-immuunziekten
Al vele jaren is bekend dat de toller gevoelig is voor
auto-immuunziekten. In onze boekenkast kwam ik een
Toller Tales tegen uit 1998 waarin al een artikel stond
over AM (aseptische meningitis). Zeker in die jaren
overheerste de onzekerheid: hoe te behandelen, wat was
de oorzaak?
Genetisch bepaald
We zijn nu 12 jaar verder en langzaam maar zeker wordt
er steeds meer bekend. Wetenschappers werken er hard aan
om het mysterie rond auto-immuunziekten te ontrafelen.
Zo is inmiddels vastgesteld dat de aanleg voor een
auto-immuunziekte genetisch is bepaald. Met andere
woorden: het gaat om een erfelijke aandoening.
Op 19 november is er de unieke gelegenheid om te horen
hoe ver het staat met dit onderzoek. Dan komen twee
Zweedse wetenschappers naar Nederland om een lezing te
geven. Dit gebeurt op uitnodiging van de
fokadviescommissie. Maar wat onderzoeken zij nu precies?
Haplotypes
In Zweden zijn bloedmonsters onderzocht van honderden
tollers uit verschillende landen. Daarbij is gekeken
naar het zogenoemde haplotype van een hond. Je kunt het
haplotype zien als een label dat aangeeft welke
combinatie van genen een hond heeft. In dit geval de
genen van het immuunsysteem. Dat label bestaat uit twee
onderdelen; probeer je dat voor te stellen als gekleurde
kaartjes.
Een pup krijgt van elke ouder één kaartje; die twee
kaartjes samen vormen het label van de pup. Bij het
onderzoek in Zweden zijn tot nu toe negen verschillende
haplotypes gevonden. Twee van deze types blijken een
verhoogde kans te geven op auto-immuunziekten. Helaas
zijn dit ook de haplotypes die het meest worden
aangetroffen bij tollers. Maar liefst 75% van de
onderzochte tollers had één van deze haplotypes of
beide. Een ander haplotype werd bij slechts één toller
aangetroffen.
Genetische diversiteit
Als wordt gepraat over een gebrek aan genetische
diversiteit wordt bedoeld dat steeds meer honden
hetzelfde label hebben en dat de zeldzame labels
verdwijnen. Zoals gezegd bestaat zo'n label uit twee
kaartjes, van elke ouder één. Stel dat rode kaartjes een
verhoogde kans geven op auto-immuunziekten en de vader
is rood/geel en de moeder is rood/wit. Dan bestaat de
kans dat de pup een label krijgt van twee rode kaartjes.
De 'risicokleuren' kunnen zich op deze manier steeds
meer verspreiden en de 'veilige' kleuren verdwijnen.
Bloedonderzoek Engeland
Inmiddels is in Finland een test beschikbaar om het
label van je hond vast te laten stellen. In Scandinavië
zijn al een aantal tollers getest en onlangs hebben 33
Engelse tollers meegedaan aan deze test. De uitslag was
nog niet bekend toen ik dit artikel schreef. Maar de
initiatiefnemers hopen zo een beeld te krijgen van de
haplotypes die in Engeland voorkomen. Ook kan de uitslag
worden meegenomen in het fokprogramma. Bijvoorbeeld door
combinaties zo te maken dat de veilige labels worden
behouden. En voor een hond met een risicolabel kan een
partner worden gezocht met een ‘veilig’ label .
Over het nut van deze test zijn de meningen verdeeld. Er
kunnen namelijk ook andere factoren meespelen bij het
ontstaan van auto-immuunziekten en de uitslag biedt geen
zekerheid. Ook een toller met een 'veilig' label kan AM
krijgen. Dat vind ik persoonlijk het nadeel van deze
test. Het is geen markertest zoals bij PRA en CEA met
vrij, drager en lijder. Maar het onderzoek is nog in
volle gang en hopelijk zijn er wel stappen gezet in de
richting van een markertest. Tijdens de lezing van 19
november zal dit ongetwijfeld aan de orde komen. Ik hoop
dat veel tollerliefhebbers gebruik maken van deze unieke
kans om rechtstreeks van de onderzoekers te horen wat de
stand van zaken is.
Gerja Slomp
Ik heb voor dit artikel gebruik gemaakt van het
artikel ‘Haplotypes for health’, geschreven door Helen
Geddes. Zij is de initiatiefnemer voor het
bloedonderzoek in Engeland, daarbij ondersteund door The
Toller Club of Great Britain. Helen zal op 19 november
ook aanwezig zijn, samen met een aantal collega-fokkers
uit Engeland. Deze bewerking voor Toller Tales is
gemaakt met haar toestemming.

Ter informatie voor fokkers en geïnteresseerden
De volgende verklaring kregen wij toegestuurd om met een
ieder die daar in geïnteresseerd is te delen.
De onderzoekscommissie, waaronder andere Helene Hamlin en
Maria Wilbe (sprekers op de NSDTRCN-lezing ‘
Auto-immuunziekten en genetische achtergrond’ van 19
november 2010) uit Zweden deel van uitmaken willen dit
publiceren naar aanleiding van onduidelijkheden die het
blijkbaar heeft opgeroepen.
‘’Een verklaring met betrekking tot de genetische basis voor
de immune-mediated rheumatic disease (IMRD) and
steroid-responsive meningitis arteritis (SMRA) disease
complex bij Nova Scotia Duck Tolling Retrievers.
Het is onder onze aandacht gekomen dat recente publicaties
van de genetische risicofactoren voor de ziekten IMRD en
SRMA bij Nova Scotia Duck Tolling Retrievers, enige
onzekerheid geeft. Wij, als onderzoekers zouden daarom graag
onze visie uit te leggen om dit onderwerp en de gevolgen
ervan voor de fokkerij te verduidelijken.’’
Lees hier het volledige artikel
download
|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
|