Het type overerving van navelbreuk is nog niet met zekerheid
bekend. Op bepaalde plaatsen in de literatuur wordt melding
gemaakt van dominante overerving, maar dat is nog niet bewezen.
Willicht is de aandoening genetisch hetrogeen of multifactorieel.
Ernstige vormen van navelbreuken kunnen gepaard gaan met o.a.
gespleten gehemelte en hartafwijkingen. Mocht dit in de lijn van
het pupje zijn voorgekomen moet dit meegenomen worden in de
keuze wel of niet te fokken met de hond. De fokwaarden van een
hond wordt door meerdere factoren bepaald en moet zorgvuldig
worden afgewogen.
Navelbreuk(je).
Een pup wordt voor zijn geboorte voorzien van oa. Voedingstoffen
via aan- en afvoerende bloedvaten die in de navelstreng gelegen
liggen. De navelstreng is aan een zijde verbonden met de buikwand van de pup, de andere
zijde aan de placentawand die op zijn beurt weer verbonden is
met de baarmoederwand.
Zodra de pup geboren is zal de teef de navelstreng doorbijten,
dit doorbijten van de navelstreng heeft tot gevolg dat de
bloedvaten in de
navelstreng zodanig worden gekneusd dat afknellen met een tang
of onderbinden met draad meestal niet nodig is.
Bij de pup is hierna alleen nog een navelstrengstomp te zien die
na verloop van tijd (1-3 dagen) opdroogt en vanzelf zal
afvallen.
De buikwand rond de navel, de navelring, is dan nog open en zal
zich in de opeenvolgende weken sluiten. Dit is dus een normale
gang van zaken.
Nu komt het voor dat tijdens de groei de buikwand van de pup
zich niet (helemaal) sluit.
Een bobbeltje rond de navel is het resultaat. Dit kan
verschillende oorzaken hebben;
1) genetische aanleg tot zwakke plek in de buikwand
2) "delayed closure" als er in het te sluiten gebied zich
omentum* bevindt waardoor het sluiten niet verder mogelijk is.
In beide gevallen blijft dus een plek rond de navel een defect
bestaan. Het defect in de buikwand noemen we in beide gevallen
een breuk.
Een navelbreuk kan variëren in grote.
Bij de "delayed clossure" zal de breukpoort zich nog verkleinen
in de loop van tijd.
De genetische variant, zal nooit kleiner worden in de loop van
tijd maar kan zelfs in grote toenemen. De uitstulping die je
waarneemt noem je de
breukzak, ook de inhoud van de breukzak kan variëren.
Bij een klein defect zal dit veelal omentum zijn dat door de
breukpoort wordt gedrukt bij een groter defect kan de inhoud ook
darm bevatten. Het is
aan te raden bij puppen die een defect hebben en waarvan de
inhoud gemakkelijk terug te masseren is dit dagelijks te doen.
Het eventueel
vanzelf sluiten van de buikwand zal hierdoor gemakkelijker zijn
omdat er geen omentum meer in de weg zit.
Lukt het niet de breukzak inhoud meer terug te duwen dan moet
altijd de dierenarts worden geraadpleegd. Deze zal dan bepalen
of er kans bestaat dat
er een beklemming kan optreden of al opgetreden is van vitale
weefsels. Is dit het geval, is het noodzakelijk dat de
dierenarts de hond opereert en
zodoende het defect sluit.
Als het slechts om een klein defect gaat en de inhoud slechts
een klein stukje omentum is, is een operatie veelal overbodig
!!! en zal meer risico
verbonden zijn aan het opereren dan aan de gevaren die de breuk
kan opleveren.
Een klein navelbreukje sluit gewoon na een aantal weken, een
operatie is dan echt overbodig aangezien er absoluut geen gevaar
voor de pup aanwezig is.
Heeft de hond de genetische variant is het niet verstandig deze
hond in te zetten voor de fokkerij.
* omentum = vetrijk vlies, dat dunne darm, maag en lever bedekt.