DE RETRIEVERTEST.
Inleiding:
In 1992 werd de Gezondheid- en Welzijnswet Dieren (GWWD)
van kracht. Deze wet biedt in art. 55 de overheid de
mogelijkheid regels te stellen met betrekking tot het fokken
van dieren. In het debat over verdere invulling van de wet,
december 1995, drong de Tweede kamer aan op regelgeving voor
recreatiedieren; ze zag niets in zelfregulering.
De verantwoordelijke Minister (LNV) gaf daarop opdracht aan
de Raad van Dierenaangelegenheden (RDA) om voorstellen voor
die regelgeving te ontwikkelen. In juni 1998 kwam de RDA met
haar rapport “Fokken met recreatiedieren”. Met de
aanbevelingen in dit rapport dreigde de kynologie de
zeggenschap over de fokkerij te verliezen en onder curatele te
worden gesteld. Het toenmalige bestuur van de Raad besefte ten
volle welke consequenties dit zou hebben voor de
georganiseerde kynologie. Alle rasverenigingen sloten zich aan
bij de Raad van Beheer (RvB) en deden de toezegging dat ze
voor al onze rassen een fokreglement zouden instellen
(Centraal Fokbeleid)
waarin ze zichtbaar en controleerbaar aan de gezondheid - en
welzijnsproblemen zouden gaan werken.
Er werd een Centraal Fokreglement opgesteld welke door elke
rasvereniging apart ingevuld moest worden en, eenmaal
volledig, ingediend
moest worden bij de RvB. De RvB zou zorgdragen, voor een ieder
die zich aan dit fokreglement hield, dat er 2 soorten
stambomen zouden komen: één met meerwaarde voor rashonden
die conform het centraal vastgestelde fokbeleid zijn gefokt
– en één zonder meerwaarde (dus niets meer dan een
afstammingsbewijs). Onder het hoofdstuk gedrag staat vermeld:
“Ieder ras heeft zijn eigen specifieke
karaktereigenschappen. Zij maken een wezenlijk deel uit van de
“eigenheid” van de verschillende rassen. Het gedrag dat
hiermee gepaard gaat, dient in de huidige en de toekomstige
samenleving zowel voor de hondenbezitter maar met name ook
voor de niet-hondenbezitter acceptabel te zijn. Vastgesteld
moet worden dat de fokkerij en het houden van rashonden door
de maatschappij en de overheid in toenemende mate kritisch
gevolgd wordt. Om ongewenst gedrag vast te stellen is naast de
agressietest de zgn. “MAG-test”(Maatschappelijk
Aanvaardbaar Gedrag) ontwikkeld. Implementatie van deze test
in het fokbeleid kan een bijdrage zijn in de bestrijding van
niet te tolereren gedragsafwijkingen.”
Verloop
In januari 2003 vindt, op initiatief van de FRC,
een gezamenlijke vergadering plaats van alle
Retrieverrassen. Ook de Labrador, Golden , Curly Coated, Nova
Scotia Duck Tolling en de Chesapeake Bay Retriever
Rasverenigingen willen een aangepaste test. Alleen het wiel
uitvinden is niet verstandig en daarom bundelen we de krachten
en kennis: hiertoe wordt zelfs een convenant ondertekend voor
het gezamenlijk ontwikkelen van een test voor Retrievers.
De vergadering wordt geleid door Jan Anton Koers, voorzitter van de FRC. Van
alle rasverenigingen zijn er twee of meer personen aanwezig
die zich willen inzetten voor de test. Voor de Flatcoats zijn
dat Wilma Firet, Jan Nieuwenhuis en Elian Hattinga van ’t
Sant. Actiepunten van deze vergadering: 1. Per ras
inventariseren welke eigenschappen wij willen zien en bekijken
welke gemeenschappelijke punten er zijn. 2. Het traject
bepalen. 3. Vervolgens de test ontwikkelen.
Pilot cursus gedragstesten
Het toeval wil dat Elian door drs. Jenny Bruinsma
(etholoog) op persoonlijke titel wordt uitgenodigd voor de
pilot van de cursus Gedragstesten in het Martin Gaus
Gedragscentrum. Als Jenny hoort van de werkzaamheden rond de
test, is zij zo vriendelijk om 2 personen uit iedere
rasvereniging hieraan deel
te laten nemen.
Hier leren de retrievermensen waaraan een goed opgezette
gedragstest moet voldoen. Bijvoorbeeld de standaardisatie. Dit
houdt in dat alle honden precies dezelfde testonderdelen in
dezelfde volgorde ondergaan. Hierdoor kan het gedrag wat de
hond tijdens de test toont goed aan de selectie criteria
getoetst worden en is een eerlijke vergelijking van honden
onderling mogelijk. Verder leerden ze een ethogram en een
protocol te maken. Een ethogram is bedoeld om de
gedragselementen op zo’n manier te beschrijven dat ze
eenduidig herkend kunnen worden. Een protocol is bedoeld om de
gedragselementen zoals in het ethogram zijn opgesteld
eenvoudig te kunnen noteren tijdens de gedragsobservaties. Ook
werd een kleine gedragstest
uitgewerkt. Kortom een cursus van 2 volle dagen waar veel
kennis werd opgedaan.
De Retrievertest krijgt vorm
De volgende stap was om van ieder Retrieverras de
specifieke eigenschappen op papier te zetten. In de tussentijd
was ook al een delegatie afgereisd (gewapend met video-camera)
naar Duitsland om daar de Wesentest van de Duitse
Retrieverclub bij te wonen. De Wesentest in Duitsland is een
aangepaste copie van de Zwitserse test voor de Golden
Retriever. In Denemarken, Zweden, Engeland werd navraag gedaan
naar de in dat land te houden testen voor de Retrievers.
Met al deze kennis in huis kan worden begonnen met het
opzetten van de Retrievertest. Elian Hattinga van ’t Sant is
hierin de grote inspirator en uitvoerende kracht. Alle
gedragskarakteriseringen, houdingselementen en
gedragselementen worden op papier gezet alsook de definities
van de te testen eigenschappen.
In januari 2004 is een voorlopig werkdocument van de test
klaar. Een kleine delegatie van
Retrievermensen probeert met hun eigen honden een
aantal testjes uit en neemt deze op video op. Er komt echter
niet op alle fronten uit wat ervan verwacht wordt, met name op
gebied van enkele jachteigenschappen. Er wordt een voorstel
gedaan om met zeer gedegen en kennis van zaken hebbende
personen uit de jachtwereld kontakt te zoeken en hun advies te
vragen. Elian neemt dit op zich en in september is het
werkdocument gewijzigd. Inmiddels is er ook een officiële
naam voor de test: de Retrievertest.
Proefdagen
In het weekend van 2 en 3 oktober 2004 wordt de voorlopige
Retrievertest in uitgebreide vorm proefgedraaid in
Raamsdonksveer. Alle rasverenigingen leveren elk 3
“proefhonden” van 2 jaar oud : één met een jachtdiploma,
één met een gehoorzaamheidsdiploma en
één hond die nooit een diploma heeft behaald (deze
was het moeilijkst te zoeken). Nicky Gootjes, extern
gedragsdeskundige, wordt
aangetrokken om een neutrale en professionele kijk te geven op
de te houden testen. Nog een gedragsdeskundige, Ronald van
Kampen, voegt zich, namens de Labradors, bij het gezelschap.
Van iedere rasvereniging is een rasspecialist aanwezig.
Jachtkeurmeesters André de Jong en
Koos Blom, die namens de Goldens en de Chessen in de
commissie zitten, houden een kritisch oog op het jachtaspect
van de test. Wilma Firet treedt op als tester.
Op de dagen zelf is het weer is ons goed gezind. De tafels
en stoelen worden op het terras gedeponeerd en de testen
worden uitzet. De Goldens mogen de spits afbijten. Alles wordt
op video opgenomen. De honden vinden het best leuk en na
afloop is een lekkere zwempartij dan ook een goede beloning.
Bij de nabespreking en evaluatie blijkt dat de testen werken
en er een duidelijk verband tussen de gedragingen en
rasspecifieke eigenschappen wordt waargenomen. Ook de
jachtdeskundigen tonen zich tevreden. Maar er zijn ook dingen
die niet voldoen en bijgesteld moeten worden.
In kleine kring wordt de test door het inmiddels ontstane
testteam (Nicky,
Wilma, Elian en Ronald ) herzien en aangepast. Op 12 januari
2005 wordt deze ook weer proefgedraaid, ditmaal met slechts 1
hond van ieder ras. Opnieuw is het stralend weer. Terwijl Jan
Anton Koers en ondergetekende de commissieleden,
testhondeneigenaars, enkele genodigde bestuursleden en
jachtmensen met erwtensoep en broodjes warm en tevreden
houden, worden de honden door het testteam getest, daarin
bijgestaan door een keur van helpers, waaronder Jan
Nieuwenhuis in een bijzondere rol. Aangezien bij de testdagen
in oktober alle video opnames zijn mislukt, worden door
verschillende mensen opnames gemaakt. Ook al laat de logistiek
en de communicatie wat te wensen over -we zijn nog niet echt
op elkaar ingespeeld - kan toch na afloop geconstateerd worden
dat de Retrievertest er is.
Vervolg
Natuurlijk zijn we nog niet helemaal klaar. Voor de Tollers
moeten nog wat aanpassingen en toevoegingen gedaan worden om
recht te doen aan de specifieke Toller aard en eigenschappen,
zoals het spelen langs de waterkant. Er moet nog wat geschaafd
worden aan de test, het testformulier moet nog verder worden
verbeterd en, heel belangrijk, er moet per rasvereniging een
aan ieder ras aangepaste normering worden gemaakt. Als die
klaar is, kan de test zijn validatiefase in, wat inhoudt dat
er van ieder ras een tamelijk groot aantal honden officieel
getest gaat worden, om verder te zien of de normering voldoet
of moet worden bijgesteld.
Keta Kunst.
Om u te informeren over de retrievertest wordt er tijdens
het fokkersoverleg in november een DVD getoond en toegelicht
voor alle fokkers en geïnteresseerde in de test.
Annie Korse van Gils