Auto-immuunziekte Lupus
In de vorige uitgave van Tollertales stond het verhaal van Chico
en Chester, twee broertjes met de auto-immuunziekte Lupus/SLE.
Deze honden zijn onder behandeling bij Dr. Luc A.A. Janssens.
Hij heeft een ruime ervaring met honden die aan deze chronische
ziekte lijden en heeft op ons verzoek onderstaand artikel
geschreven waarin hij nadere uitleg geeft over deze ziekte.
Lupus bij de hond
Lupus is een ziekte die bij meerdere diersoorten voorkomt als
ook bij de mens. Er bestaan meerdere ondersoorten van deze
ziekte die vooral bij de mens goed beschreven zijn. Zo is er de
huidvorm of discoïde lupus (DLE), die eigenlijk de naam aan de
ziekte heeft gegeven. Bij deze mensen ontstaan rode
zones/strepen (vlindervormig) naast de neus waar de opperhuid
verdwijnt. Zo krijgt deze patiënt bij vooraanzicht een wat
wolfachtig aanzicht: vandaar de naam lupus wat wolf betekent in
het Latijn.
Een andere vorm, die redelijk zeldzaam is, is Lupus die door
medicatie wordt veroorzaakt. De symptomen ervan lijken erg op
deze van algemene of systemische lupus (SLE). Sommige sulfamiden
of bloeddrukverlagers (maar ook andere medicatie) induceren de
ziekte, die bij de hond vaak bestaat uit koorts krijgen en
pijnlijk gezwollen gewrichten hebben. Meestal verdwijnt de
ziekte als de medicatie wordt gestopt. De reden voor het
ontstaan van de ziekte is het zich ontwikkelen van antilichamen
tegen dit medicijn. Deze antilichamen vallen dan eiwitten aan in
het lichaam die “eigen” zijn. Meestal zal deze ziektevorm
stoppen mits niet verder toedienen van de uitlokkende
medicijnen.
SLE
De vorm van lupus die wij meest zien is algemene lupus of
systemische lupus erythomatosis (SLE); deze vorm is veel
ingrijpender dan de huidvorm. Bij de hond zijn de meest
aangetaste organen de gewrichten en de nieren. In principe kan
echter elk orgaan aangetast worden en dus is het type klinische
lupus dat aangeboden wordt zeer gevarieerd en afhankelijk van
patiënt tot patiënt. Zo komen soms ook zware ontstekingen voor
van het hartzakje (pericarditis) of de onderhuid (panniculitis).
Steeds meer wordt begrepen dat lupus gelinkt is of kan zijn aan
andere vormen van auto-immuunziekten zoals anemie of
bloedarmoede (door antistoffen tegen de aanmaakcellen van de
rode bloedcellen), trombocytopenie (idem voor de bloedplaatjes=trombocyten,
die bij stolling van belang zijn), de witte bloedcellen, etc.
Soms, maar zelden, zal een huidvorm zich ontwikkelen tot een
algemene vorm of heeft een algemene vorm ook huidsymptomen.
Symptomen
De meest voorkomende symptomen bij de hond met SLE zijn koorts
en pijnlijke gewrichten: meestal de hakken en/of de polsen. En
dus manken. Ook hier geldt dat alle gewrichten kunnen aangetast
zijn. Soms betreft het maar één gewricht soms symmetrische
gewrichten en soms een allegaartje van gewrichten. Gepaard met
deze koorts ziet men algemeen ziek zijn met moeheid, slechte
eetlust, geen uithoudingsvermogen en manken. De symptomen van
lupus gaan zeer erg op en af in tijd: er zijn spontane
genezingen voor de rest van het leven of langere periodes
(jaren). Soms is de ziekte aanwezig voor enkele weken om dan te
verdwijnen en weer "op te poppen" om de zoveel weken. Een deel
van deze klinische golven zou te verklaren zijn door het soort
voeding. Omega 3 (visolie) blijkt ontstekingsremmend te zijn en
zou helpen bij het voorkomen van relapsen (maar is niet sterk
genoeg om een echte aanval te blokkeren).
Ontstaan
De reden van het ontstaan van lupus en de aan-af periodes zijn
grotendeels onbegrepen en ongekend. Er is wel geweten dat virale
infectie, stress en vermoeidheid de ziekte kunnen laten “oppoppen”.
In onze eigen ervaring kunnen ook ernstige symptoom
opflakkeringen voorkomen korte tijd na een vaccinatie. We raden
dan ook af om deze patiënten te vaccineren en daar omtrent
reisgedrag aan te passen, alsook de risico’s af te wegen tussen
de benefits van een vaccinatie versus een ernstige SLE opstoot.
Ook is het beschreven dat er invloed is van hormonen en het
seizoen waarbij de ziekte meer voorkomt bij de hond in de zomer
en in de herfst. Zeker is dat er genetische aanleg is, zowel bij
mens als hond. In bepaalde bloedlijnen in bepaalde rassen (zoals
de Nova Scotia Duck Tolling Retriever) is de ziekte veel meer
voorkomend dan gemiddeld bij de hond. Bij de mens is bewezen dat
erfelijke afwijkingen in bepaalde eiwitten (componenten genaamd)
aanleiding geven tot SLE. Deze eiwitten zijn zeer belangrijk in
het mechanisme van het immuunsysteem. Ook werd bewezen dat een
overproductie van een andere stof in het bloed: IL 10, SLE
verslechtert of induceert. IL of interleucine , is ook een groep
van eiwitten die van belang zijn bij de afweermechanismes in het
lichaam. Sommige van deze IL eiwitten hebben een activerend
mechanisme bij afweer en ontstekingen terwijl andere net
andersom werken. In bepaalde gevallen worden deze IL stoffen
zelfs gebruikt als medicijn om ontstekingen zoals artrose en
allergie te behandelen (IRAP bijvoorbeeld). In één studie is ook
aangetoond dat honden met SLE beduidend vaker antilichamen
hebben tegen lyme disease. Dit laat wat licht schijnen op de
vaststelling dat de ziekte meer in de zomer en herfst wordt
beschreven.
Onderzoek naar erfelijkheidsfactoren
Bij de hond is genetisch onderzoek ook goed op weg om bepaalde
genetische afwijkingen te identificeren die te maken hebben met
SLE. Er zijn bij de hond al vijf genetische locaties bepaald die
te maken hebben met SLE en of verwante ziekten zoals reumatoïde
artritis (IRMD) en immuun gemedieerde arteritis (SRMA) (let op:
artritis is gewrichtsontsteking, arteritis is ontsteking van de
slagaders zoals deze voorkomt bij bepaalde vormen van
hersenvlies of hersenontstekingen). Dit onderzoek wordt
bijvoorbeeld uitgevoerd bij de Nova Scotia Duck Tolling
Retriever waarbij de ziekte SLE redelijk veel voorkomt. Maar ook
de hersen arteritis (SRMA) is bij de Nova Scotia Duck Tolling
Retriever beschreven.
Diagnose
Bij bloedonderzoek worden allerlei afwijkingen waargenomen bij
SLE: meestal een stijging van de witte bloedcellen, een stoornis
in de eiwit fracties (electroforese) en soms nierafwijkingen en
bloedarmoede. Maar het bloedbeeld kan zeer variabel zijn en moet
met zorg worden geïnterpreteerd. Urine onderzoeken tonen ook
soms afwijkingen zoals bijvoorbeeld eiwitverlies. Er zijn ook
meer specifieke bloedtesten die mikken op het onderzoeken van de
auto-immuun ziekte zelf, deze betreffen onder andere de
aanwezigheid van LE cellen en een positieve ANA (anti-nuclear-antibody
of antilichamen tegen bepaalde eiwitten in de celkern) test. Ook
de reuma test hoort hier in dit rijtje hoewel hij minder
specifiek is. Helaas zijn deze bloedtesten bij de hond soms
negatief bij zieke dieren en soms heeft men positieve resultaten
bij normale honden. Deze testen zijn dus niet altijd even
betrouwbaar voor een exacte diagnose. Allicht zullen
betrouwbaardere bloedtesten op de markt komen over enkele jaren.
Enkele daarvan worden nu getest zoals de double stranded DNA
antibody test. Een andere test die gebruikt wordt om de diagnose
te verfijnen en bevestigen bij huid en nier lupus, is een
bioptname en kleuring met speciale gemarkeerde kleurstoffen die
antistoffen opsporen. Deze test is zeker geen routine bij de SLE
die bij de hond voorkomt. De meest duidelijke diagnostische test
bij de hond is de uitslag van de gewrichtspunctie van een
aangetast gewricht. Daarin ziet men een zeer erge ontsteking (exudatieve
arthritis) die erg gelijkt op een infectie in het gewricht,
echter zonder bacteriën.
Behandeling
Vele factoren zijn bij SLE blijkbaar van belang zoals
oververmoeidheid, voeding, vaccinaties, stress, etc. Hierop kan
je wat inwerken door logische beslissingen over hoe te leven met
je hond. Een echt zieke hond die in crisis is moet zeker
behandeld worden met medicatie. Deze bestaat steeds uit
immuunonderdrukkende medicatie zoals: cortisone,
cyclophosphamide, methotrexate, azothioprine, cyclosporine al
dan niet in combinatie met nizoral, mycophenol zuur en anti-Blys
(ook genaamd Baff of Belimumab of B lymfocyte stimulator) en
vaak bestaat de behandeling uit combinaties hiervan. Dit zijn de
medicijnen die ook worden toegediend bij patiënten met orgaan
transplantaties van bijvoorbeeld nier en hart. In sommige
gevallen, maar vooral bij de mens, worden ontstekingsremmers en
pijnstillers als extra toegediend, ook om de dosis van andere
medicatie te verminderen. Bij de hond is dit wat problematischer
omdat combinaties aanleiding kunnen geven tot de ontwikkeling
van maag- en dunne darmzweren en dan nog meer medicatie nodig is
(maagzuurremmers en prostagladine toevoegingen). Ook wordt soms
bij de mens gebruik gemaakt van anti malaria middelen omdat ook
deze een inwerking hebben op afweerreacties. Voor zover we weten
is dit bij de hond geen gewoonte. De aanpak varieert erg per
instituut en dierenarts. Er spelen persoonlijke voorkeuren mee
en ervaring. En de mogelijkheid om te variëren geeft speelruimte
om nevenwerkingen te beperken en maximaal klinisch resultaat te
behalen. Belangrijk is om te beseffen als eigenaar dat Lupus
niet echt (bijna nooit) geneest en dus een levenslange opvolging
vraagt. Geregeld klinisch onderzoek, bloedanalyse en soms
gewrichtsvocht onderzoeken zijn nodig. Belangrijk is ook om niet
ontmoedigd te raken als er weer een “pop- up” is: deze kan
meestal goed worden opgevangen en is goed behandelbaar mits er
redelijk snel overleg is met de dierenarts en een goede
therapeutische aanpak. Omdat het toedienen van deze medicatie
ook afwijkingen geeft in de bloedonderzoeken die soms erg
gelijken op deze van de ziekte zelf is de nodige voorzichtigheid
geboden in de interpretatie. Een ervaren en gespecialiseerd oog
en oor is dan ook zinvol.
Dr. Luc A.A. Janssens,
DMV, Ph.D, Dipl.ECVS, Specialist
chirurgie gezelschapsdieren
Dierenartsen centrum Anubis/Aartselaar (B) en KSD Rotterdam