Showen voor beginners
Tijdens de kampioenschapsclubmatch op zaterdag 3 september
is er voor elk wat wils. Het is een gezellige show met een
informele sfeer, er komen veel Tollers maar het is ook een
officiële show met een beoordeling door een erkende
keurmeester waar punten voor de titel Nederlands kampioen
kunnen worden verdiend. Ervaring is niet vereist, iedereen
kan meedoen. Maar het is prettig als u ongeveer weet wat er
van u wordt verwacht. Op die manier kan de keurmeester uw
hond ook beter beoordelen.
Hoe gaat het in zijn werk?
Het begint natuurlijk met de inschrijving; dat kunt u online
doen via de site van de club of u downloadt het
inschrijfformulier. Het helpt enorm als uw hond het commando
"staan" kent. Als uw hond steeds op z’n kont zit, kan de
keurmeester de bouw niet beoordelen. Ook moet u op een
drafje lopen met uw hond zonder dat deze tegen u opspringt.
Dit zijn dingen die u thuis al kunt oefenen. Het is
gebruikelijk om een showlijn te gebruiken, dat is een dunne
lijn die zo weinig mogelijk opvalt. Verder is uw Toller
netjes geborsteld en als dat nodig is, getrimd. Op de site
van de club wordt uitgelegd hoe dat moet. Wat betreft uw
eigen kleding: niemand verwacht dat u in (mantel)pak komt
opdraven maar nette, verzorgde kleding wordt wel op prijs
gesteld
Reuen en teven apart
Reuen en teven worden apart van elkaar gekeurd; tijdens de
clubmatch gebeurt dat in verschillende ringen. Als u aankomt
op het terrein, krijgt u een catalogus waar alle
ingeschreven honden in staan. Ook ontvangt u een
draagnummer, een kaartje waarop uw catalogusnummer staat.
Dit kaartje moet u zichtbaar dragen als uw hond wordt
gekeurd. In de catalogus staat ook de volgorde waarin wordt
gekeurd. Bijvoorbeeld eerst de jeugdklasse, daarna de jonge
hondenklasse enz.. U moet zelf opletten wanneer u aan de
beurt bent! Er wordt niet op een deelnemer gewacht; als u te
laat komt en uw klasse is al gekeurd heeft u pech.
De deelnemers gaan per klasse de ring in en stellen zich op
in de volgorde van het draagnummer. De ringmeester zorgt dat
alles correct verloopt en zal eventueel aanwijzingen geven.
Het laagste nummer staat vooraan, het dichtst bij de
keurmeester. Het is prettig als u enige afstand houdt van uw
voorganger en degene achter u. De keurmeester maakt dan vaak
een rondje door de ring voor een eerste indruk van de honden
in die klasse. Als uw hond op dat moment netjes staat, is
dat uiteraard in uw voordeel. Vaak moet u gezamenlijk een of
twee ronden lopen. Soms staan er erg veel honden in een
klasse en wordt de groep gesplitst.
Individuele keuring
Daarna gaat de keurmeester de honden individueel keuren. Hij
of zij zal het gebit bekijken, de hond betasten en bij reuen
wordt gecontroleerd of beide testikels aanwezig zijn.
Meestal moet u daarna met uw hond lopen. De keurmeester zal
vertellen wat hij van u verwacht; de ring rond, heen en weer
in een rechte lijn of in een driehoek. Vraag het gerust als
u niet begrijpt wat de bedoeling is. Daarna zet u uw hond
netjes voor de tafel neer waaraan de keurmeester zit.
Probeer de hond zo neer te zetten dat de zijkant is gericht
naar de keurmeester. Het is de bedoeling dat de hond blijft
staan; dit kunt u thuis oefenen. Als uw hond voor de tafel
staat, zal de keurmeester het keurverslag dicteren aan de
schrijver. Dit verslag krijgt u na de show mee naar huis.
Alle honden krijgen een kwalificatie op de show. De hoogste
kwalificatie is Uitmuntend, gevolgd door Zeer Goed, Goed en
Matig. Diskwalificatie is ook mogelijk als uw hond een
diskwalificerende fout heeft (bijvoorbeeld foute kleur of
gebitsfout).
Plaatsing
Als alle honden van de klasse zijn gekeurd, begint de
zogenaamde plaatsing. De keurmeester kiest de beste vier
honden, mits zij de kwalificatie Uitmuntend of Zeer Goed
hebben. Als u een Goed of minder heeft gekregen, komt de
ringmeester bij u om te vertellen dat u de ring mag
verlaten. Blijven er dan meer dan vier honden over met
Uitmuntend of Zeer Goed, worden daar vier honden uit
gekozen. De manier waarop dat gebeurt, verschilt per
keurmeester. Soms mogen de honden die niet bij de beste vier
zitten de ring uit zodat er vier honden overblijven. Soms
blijven alle honden met Uitmuntend of Zeer Goed in de ring
staan en begint de keurmeester direct met het aanwijzen van
de nummers 1 t/m 4 (vaak in omgekeerde volgorde, dus eerst
nr. 4, dan nr 3 enz). Het kan zijn dat de keurmeester de
overgebleven honden nog een rondje laat lopen om het
gangwerk nog een keer te zien.
Beste reu/beste teef
Iedere klasse wordt op deze manier gekeurd. Als dat is
gebeurd, wordt de beste reu en de beste teef gekozen. Alle
nummers 1 van de verschillende klassen komen dan terug in de
ring, mits ze de kwalificatie Uitmuntend hebben. Stel dat u
de jeugdklasse heeft gewonnen maar u kreeg een Zeer Goed,
hoeft u niet terug te komen voor beste reu of beste teef. De
beste reu en de beste teef winnen het CAC (Certificat
d’Aptitude au Championnat); een punt voor de titel
Nederlands kampioen. Het CAC gewonnen op de
kampioenschapsclubmatch telt dubbel. Voor de titel heeft u
vier punten
nodig.
Als de beste reu of teef is gekozen, wijst de keurmeester de
reserve beste reu/reserve beste teef aan. In aanmerking
komen de klassewinnaars die nog in de ring staan, aangevuld
met de nummer 2 van de klasse waaruit de winnaar komt. Als
bijvoorbeeld de winnaar van de open klasse beste reu of
beste teef wordt, komt de nummer 2 van de open klasse in
aanmerking voor het reserve CAC. Mits de nummer 2 een
Uitmuntend heeft gekregen. Het is daarom verstandig om in de
buurt van de ring te blijven als u tweede in uw klasse bent
geworden. Als beste reu en beste teef bekend zijn, strijden
zij tegen elkaar om de titel Beste van het ras. Dit wordt
vaak afgekort als BOB (Best of Breed). Deze hond krijgt de
titel Clubwinnaar 2011.
Tot slot
Het is een cliché maar aan het eind van de dag gaat u altijd
met de allermooiste hond naar huis! Misschien had u andere
verwachtingen van de dag of kon u zich niet vinden in het
oordeel van de keurmeester. Ook dat hoort erbij. Accepteer
dan dat u deze keer niet in de prijzen viel en feliciteer
degene die dat wel deed.
Gerja Slomp

|
Als u wilt inschrijven voor een tentoonstelling met C.A.C. of C.A..C. / C.A.C.I.B. zult u een inschrijfformulier moeten hebben. Dat kunt u aanvragen bij het secretariaat van de organiserende vereniging.
Tentoonstelling staan vermeld in de tentoonstellingsagenda op de clubsite
www.tollertales.nl. Tevens staan de adressen en meestal ook de inschrijfformulieren in de maandbladen "Onze Hond" en "De Hondenwereld". U vult dit formulier volledig in en stuurt het op naar het secretariaat.
U dient gelijktijdig het inschrijfgeld, meestal zo'n € 50,-- per hond, over te maken. Een paar weken voor de tentoonstelling krijgt u een kaart thuisgestuurd, waarop met grote letters staat "Bewijs van Inschrijving". Hierop staan het catalogusnummer. waaronder uw hond is ingeschreven, het ras van uw hond, de naam van uw hond, de plaats waar de tentoonstelling plaatsvindt, de datum waarop de tentoonstelling wordt gehouden en de klasse waarin uw hond is ingeschreven. Controleer deze gegevens goed.
U krijgt gelijktijdig het aantal gevraagde en betaalde toegangsbewijzen toegestuurd. Aan één van deze kaarten zit een strook gehecht welke recht geeft op een gratis catalogus.
Op de dag van de tentoonstelling dient u zich met uw hond te melden bij de ingang van de tentoonstelling. Er is geen verplichte veterinaire keuring meer maar er dient wel een dierenarts bij de ingang te staan van 08.00 tot 10.00 uur. Deze dierenarts beslist, bij het binnenlaten van de ingeschreven honden, of hij/zij een hond nader wil onderzoeken. Als de dierenarts besmettingsgevaar vreest, dan wordt de betrokken hond onmiddellijk afgezonderd. Zodra u door de controle heen bent kunt u uw catalogus ophalen. Als er benches beschikbaar worden gesteld kunt u vervolgens in de hal op zoek gaan naar uw bench. Op de meeste grote tentoonstellingen zijn rijen hondenhokken opgesteld, waarbij op elk hok een nummer is bevestigd. Dit nummer hoort bij het catalogusnummer van de honden. In de catalogus zult u kunnen zien in welke ring uw hond en zijn rasgenoten gekeurd worden. Daarnaast kunt u in de catalogus uiteraard zien welke honden er nog meer zijn ingeschreven en in welke klasse deze honden worden uitgebracht. De kaart "Bewijs van Inschrijving" (en eventueel uw rashondenlogboekje) dient u in te leveren bij de ringcommissaris van de ring waarin uw Toller gekeurd wordt, daar ontvangt u uw inschrijfnummer welke u moet dragen als u de ring in gaat.
Behalve de ringcommissaris zijn er nog een drietal mensen achter de tafel te vinden, uiteraard de keurmeester, daarbij de ringmeester en de schrijver. Het kan zijn dat zodra de tentoonstelling begint, meestal om 10.00 uur na het spelen van het Wilhelmus, de Tollers aan de beurt zijn. Vaak is dit echter niet zo, want er worden meestal meerdere rassen in één ring gekeurd. Zodra de Tollers aan de beurt zijn, wordt er begonnen met de reuen. De honden worden per klasse gekeurd. We zullen er even een klasse uitnemen, bijvoorbeeld de Open Klasse. Stel, er zijn zeven reuen in de Open Klasse ingeschreven. De ringmeester noemt aan de ingang van de ring alle nummers op van de honden welke in deze klasse zijn ingeschreven (zorg er dus voor dat u tijdig aanwezig bent). Die mogen vervolgens de ring in en gaan op volgorde van nummer staan. Probeer tijdens de hele keuring uw hond te laten staan. De keurmeester komt alle honden bekijken en vraagt aan u hoe oud uw hond is. Bedenk dit dus van te voren even, want het staat zo stom als u na die vraag op uw vingers gaat staan tellen. Vervolgens zal de keurmeester midden in de ring gaan staan en u allen verzoeken enige rondjes door de ring te lopen. Bij dit lopen dient de hond in draf te gaan. De keurmeester krijgt zo een eerste algemene indruk van alle honden. Daarna wordt u allen op een rij gezet, waarna de keurmeester elke hond apart gaat bekijken, te beginnen met degene met het laagste catalogusnummer. De Toller blijft gewoon op de grond staan, de hond wordt niet alleen bekeken maar ook betast. Bij dit kijken en betasten wordt ondermeer de lengte/hoogte verhouding van de hond, het gebit, de oren, de ogen, het hoofd, hoe de hond staat enz., enz. beoordeeld. De keurmeester zal u verzoeken een driehoek te lopen. Dit doet u op de volgende manier. U neemt de hond links van u en loopt schuin naar rechts, van de keurmeester weg, naar de rechterhoek van de ring. De keurmeester kan hierbij zien hoe een hond van achteraf gezien loopt. Gekomen bij de rechterhoek gaat u linksaf en loopt daarbij dwars op het gezichtsveld van de keurmeester naar de linker- hoek. Hierbij kan de keurmeester zien hoe de hond van opzij gezien loopt. Gekomen bij de linkerhoek gaat u weer linksaf en loopt richting keurmeester. Nu kan de keurmeester het gangwerk van de hond van voor bekijken. Vaak zal een keurmeester u vragen nog een keer recht van hem af en weer terug te lopen. Dit is om het gangwerk nog beter te kunnen beoordelen. Om het gangwerk te kunnen keuren, moet een hond draven. U moet dus elke keer dat de keurmeester u met uw hond laat lopen, de hond in draf laten gaan. Daarna zal de keurmeester aan de tafel gaan zitten en terwijl hij uw hond bekijkt aan de schrijver dicteren wat hij van uw hond vindt, hetgeen door de schrijver letterlijk wordt overgenomen op het keurverslag van uw hond. Laat uw hond hierbij staan in een richting, waarbij de keurmeester uw hond van de zijkant af ziet. Als de keurmeester denkt voldoende te hebben gezien, wordt u meestal met een simpel handgebaar bedankt en mag u vervolgens achteraan de rij aansluiten. De keurmeester zal hierna de volgende hond gaan keuren. We zullen nu het plaatsen en de kwalificaties die een hond kan krijgen, uitleggen. Daarnaast zijn er, meerdere soorten tentoonstellingen. Tijdens het keuren van de andere honden moet u proberen uw hond zo actief mogelijk te laten staan. Het kan namelijk gebeuren, dat de keurmeester een hond beoordeelt en denkt: 'Hoe was dat ook al weer bij die of die hond?' Als uw hond dan languit op de grond ligt, is het goed mogelijk dat die andere hond een hogere kwalificatie krijgt dan uw hond, omdat die hond op dat moment wel goed stond en dus beter te beoordelen was. Nadat alle honden zijn gekeurd, zal de keurmeester meestal nogmaals alle honden een aantal rondjes laten lopen. Vervolgens zullen er van de zeven honden (die in dit voorbeeld in de open klasse staan) drie honden de ring mogen verlaten, want er worden maar vier honden geplaatst. De ringmeester zal hiervoor vier bordjes neerzetten met de nummers 1 t/m 4. De keurmeester zal aangeven wie er achter bordje no. 4 moet gaan staan, wie achter 3, wie achter 2 en wie achter 1. Als u met uw hond achter bordje 1 komt te staan, wil dat zeggen dat uw hond de Open Klasse reuen heeft gewonnen. Dit winnen kan gebeuren met één van de volgende kwalificaties: M = Matig; G = Goed; ZG = Zeer Goed; U = Uitmuntend.
In de praktijk zal het zelden gebeuren dat de beste van een klasse een "M" of "G" heeft. Meestal is de winnaar wel een hond die een "ZG" of een "U" heeft gehaald.
Als u nu gewonnen heeft met een "U", wil dat zeggen dat u een 1 U heeft gehaald. Als no. 2 ook een "U" heeft gehaald, dan heeft hij 2U en hetzelfde is het geval bij nummer 3, echter dan wel 3U. Wanneer nummer 4 in de rij een "ZG" heeft gehaald zal deze te boek komen te staan als 4ZG.
Als u nu de Open Klasse reuen heeft gewonnen, wil dit niet zeggen dat u tevens het C.A.C. of C.A.C.I.B. heeft gewonnen. Eerst moeten nu de andere klassen bij de reuen worden gekeurd, bijvoorbeeld de Jeugdklasse, Fokkersklasse en de Kampioensklasse. Wanneer de winnaars van deze klassen eveneens met een "U" hebben gewonnen, zullen de winnaars van de diverse klassen tegen elkaar moeten strijden voor de plaats van beste reu.
Degene die dit wint (met een kwalificatie Uitmuntend), krijgt automatisch de kampioensprijs, het C.A.C. In geval van een internationale tentoonstelling wordt daarna het C.A.C.I.B. toegekend. Dit hoeft niet aan dezelfde hond te worden gegeven. In de Jeugd- en Fokkersklasse kan alleen een C.A.C. worden verdiend. Nu moet nog de reserve-kampioen worden aangewezen. Stel dat uw hond beste reu is geworden, dan wil dat dus zeggen dat u de mooiste van de op dat moment aanwezige reuen heeft. Degene die op nummer 2 in de open klasse reuen achter u werd geplaatst, dient dan vervolgens de ring in te komen, want die kan wel weer mooier zijn dan de beste reuen uit de andere klassen. Vervolgens wordt door de keurmeester de reservekampioen aangewezen. Deze krijgt dan de titel reserve-C.A.C. of reserve-C.A.C./reserve C.A.C.I.B. De keurmeester kan ook hier besluiten het reserve-C.A.C. en reserve C.A.C.l.B. elk aan een andere hond te geven. Nadat de reuen gekeurd zijn, begint het hele spel opnieuw, echter dan voor de teven. Aan het eind van de rit is er een beste reu en een beste teef aangewezen. Deze moeten tegen elkaar strijden voor de titel "Beste van het ras". Dit uiteraard alleen als beide een "U" hebben gehaald. Wanneer u met uw hond beste van het ras wordt, wil dat zeggen, dat u de mooiste, althans in de ogen van de keurmeester, van de op dat moment aanwezige Tollers heeft.
Officieel heet het dan dat u het B.O.B. (Best of Breed) heeft gewonnen. De keurmeester moet alle keurverslagen (en de ingeleverde rashondenlogboekjes) ondertekenen, waarna een ieder zijn of haar keurverslag (en rashondenlogboekje) bij de ringcommissaris af kan halen. Op het keurverslag staat de volledige beoordeling en de kwalificatie die uw hond behaald heeft, in uw geval 1U C.A.C. / C.A.C.l.B. en B.O.B. Tevens krijgt u uw bewijs van inschrijving terug, waarop dan bijgeschreven is, welke plaatsing en kwalificatie uw hond behaald heeft. Hiermee kunt u op een later tijdstip (meestal ± 15.00 uur) afhankelijk van de kwalificatie een bronzen, zilveren of gouden penning afhalen bij het tentoonstellingssecretariaat.
U zult dan in de erering aan het eind van de dag moeten strijden tegen alle andere "beste van het ras" uit de rasgroep "Retrievers, Spaniels en Waterhonden".
Over het algemeen worden er per rasgroep 8 honden geplaatst, die dan met een beker naar huis gaan. De beste van elke rasgroep moet nog in de erering verschijnen met de andere rasgroepwinnaars voor de titel "BIS" (Best in Show), hetgeen wil zeggen: de mooiste van alle op de tentoonstelling aanwezige honden.
Zoals al eerder gezegd, zijn er verschillende soorten tentoonstellingen, waarvan de tentoonstellingen met C.A.C. en de tentoonstellingen met C.A.C./C.A.C.I.B. hierboven al uitgebreid aan bod zijn gekomen.
Naast het volgen van cursussen bij bijvoorbeeld een Kynologenclub of een
hondensportvereniging, is het ook mogelijk om tentoonstellingen te bezoeken
met uw hond. Er zijn diverse soorten tentoonstellingen, te weten:
Clubmatches
Kampioenschapsclubmatches
Tentoonstellingen met C.A.C.
Tentoonstellingen met C.A.C/C.A.C.l.B.
De Winnertentoonstelling
Tentoonstellingen vormen voor de fokkerij van rashonden een onmisbaar element.
Op de tentoonstelling worden onze honden zakelijk en objectief gekeurd aan de
hand van de raspunten.
Uiteraard zijn de exposanten er van overtuigd dat onze hond de mooiste en de
beste van de hele tentoonstelling zal blijken. Daar is iedere baas in het diepste
van zijn hart van overtuigd. Nadat België in 1847, Engeland in 1859 en Frankrijk
In 1863 waren voorgegaan, volgde in 1872 Nederland met de organisatie van een
hondententoonstelling. Deze tentoonstelling werd gehouden door het departement
Rotterdam der Hollandse Mij. van Landbouw, dat op 28 mei een pluimveetentoonstelling
hield en daaraan een tentoonstelling voor honden verbond.
We zullen proberen uit te leggen wat de verschillende tentoonstellingen inhouden.
Het gehele hondenbestand in Nederland is door de FCI in een 10-tal rasgroepen ingedeeld.
1) Herdershonden en Veedrijvers
2) Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden
3) Terriërs
4) Dashonden (Teckels)
5) Keeshonden en Oertypen
6) Lopende honden en Zweethonden
7) Voorstaande honden
8) Retrievers, Spaniels en Waterhonden
(hier valt de Nova Scotia Duck Tolling Retriever onder)
9) Gezelschapshonden
10) Windhonden
De klasse indeling voor inschrijvingen op exposities volgens de FCI en volgens het
Kynologisch Reglement waren verschillend. In het kader van het streven naar eenduidigheid
en uniformiteit in de regels wordt per 1 januari 2006 de FCI klasse indeling aangehouden.
Daarnaast is op verzoek van de rasverenigingen de Fokkersklasse voor Kampioenschapclubmatches
en Clubmatches behouden, ondanks dat deze klasse niet is opgenomen in het FCI reglement.
Er zijn tentoonstellingen met en tentoonstellingen zonder kampioenschapsprijs.
Op de tentoonstellingen met een kampioenschapsprijs kunnen punten worden gehaald voor een
nationaal of internationaal kampioenschap. Om een hond Nederlands kampioen te maken,
heb je 4 kampioenschapsprijzen, gehaald in Nederland, nodig.
Dit mogen ook 3 hele en 4 kwartpunten zijn.
Wat houdt dit nu in?
Een nationale tentoonstelling met kampioensprijs is een tentoonstelling met C.A.C.
(Certificat d'Aptitude au Championnat).
Daarnaast kennen we de internationale tentoonstelling met C.A.C./C.A.C. I.B.
(Certificat d'Aptitude au Championnat International de Beauté).
Op zo'n tentoonstelling wordt het C.A.C. gewonnen door de beste reu en de beste teef
van elk ras. Als een hond het C.A.C. heeft gewonnen, krijgt hij dus één
nationale kampioenschapsprijs en dat wil zeggen dat hij dan 1 punt voor de titel
"Nederlands Kampioen" binnen heeft. Voor de op één na beste reu en op één na beste teef
van elk ras is er het reserve-C.A.C., hetgeen een 1/4 punt voor het Nederlands Kampioenschap
oplevert.
Voor het Nederlands Kampioenschap moet het laatste C.A.C.-punt behaald worden als de hond
de leeftijd van 27 maanden bereikt heeft. Wanneer het een internationale tentoonstelling
betreft met C.A.C./C.A.C.l.B., gelden dezelfde regels en kan een hond naast een punt voor
het Nederlands Kampioenschap, tevens een punt voor het Internationaal kampioenschap halen.
Voor een aantal hondenrassen gelden echter andere regels voor het behalen van
de Internationale titel.
Een Toller behoort tot de, door de FCI aangewezen, jacht- of gebruikshondenrassen en kan
Internationaal Kampioen worden als deze:
2 internationale kampioenschapsprijzen heeft behaald in 2 verschillende landen onder
2 verschillende keurmeesters,
de laatste internationale kampioenschapsprijs ten minste 12 maanden na het behalen van de
1e internationale kampioenschapsprijs is behaald;
de hond ten minste de kwalificatie "goed" heeft behaald op een nationale veldwedstrijd;
de desbetreffende hond staat ingeschreven in het hoofdstamboek en derhalve een
volledige 3-generatieafstamming bezit. (zie Kynologisch reglement artikel IV.46)
Aan het hele bovenstaande verhaal is natuurlijk wel een maar verbonden, namelijk:
het C.A.C., het C.A.C.l.B. en het reserve-C.A.C. en het reserve-C.A.C.l.B. kan alleen
vergeven worden als de beoordeling die de keurmeester de hond toekent een "U" is.
|